Naar de pagina-inhoud

Voldoen vaders niet aan het pedagogisch ideaal?


  • 3 tot 4 minuten
  • 759 woorden
  • Suzan Put

Vaders en opvoeden. Net zo’n onmogelijke combinatie als vrouwen en parkeren, als we de kersverse doctor Liesbeth Hallers-Haalboom mogen geloven. Zij promoveerde woensdag 7 oktober op een grote studie naar sekseverschillen in de opvoeding.

Het onvermogen van de Nederlandse vader kwam aan het licht toen het onderzoeksteam van het Diversity in Parenting Lab – onderdeel van de Universiteit Leiden – bijna duizend videofragmenten bekeek waarop telkens vader of moeder met het kind in actie te zien was. Als het de bedoeling was kinderen te laten spelen, dan zaten vaders er te veel bovenop en bleken zij ongevoelig voor signalen van hun kind. En als ze moesten zorgen dat hun kroost met hun handen van een zak met speelgoed afbleef, dan grepen ze minder vaak in als het misging.

Weinig tijd

Om deze resultaten goed te kunnen beoordelen moeten we bij hoogleraar Judi Mesman, het hoofd van het Lab, zijn. In een reactie op een pleidooi voor aparte scholen voor jongens en meisjes buigt zij eerst mee: “Ja, er zijn studies die aantonen dat er statistisch significante verschillen bestaan tussen jongens en meisjes”, om te vervolgen met: “Wat zegt zoiets nu over individuele jongens en meisjes? Heel weinig”.

Wat zegt het over individuele vaders als ze gemiddeld genomen net iets lakser zijn? Net zo weinig. Ten eerste omdat ook nu de verschillen significant, maar klein zijn. En ten tweede omdat niet is nagegaan of meer betrokken vaders het beter doen. Sterker nog, de onkunde van vaders wordt verklaard vanuit het feit dat zij zo weinig tijd besteden aan hun kinderen. Hier lijkt de gezinsdiversiteit uit het oog verloren.

Elk gezin is anders

Bovendien staat dit haaks op de opvattingen van professor Mesman. Zij stelde eerder juist dat “resultaten over groepsverschillen niet moeten worden aangegrepen om de betreffende groepen generaliserend te karakteriseren”. Vervelend is dat het hier niet eens ging om groepsverschillen, maar om verschillen tussen en binnen gezinnen.

Neem bijvoorbeeld twee denkbeeldige families. Bij de familie Koning heerst een streng pedagogisch klimaat, terwijl de familie de Ruiter meer van de vrije opvoeding is en eerder de boel op zijn beloop laat. Mijnheer Koning en zijn echtgenote voeden samen op strikte, maar liefdevolle wijze op. Bij de familie de Ruiter is veel minder sprake van gedeelde opvattingen en ontbreekt een echt gemeenschappelijke aanpak.

Op 7 oktober promoveerde Liesbeth Hallers-Haalboom aan de Universiteit Leiden. Zij onderzocht de verschillen in opvoeden tussen vaders en moeders. Ouders werden gevraagd om hun kind te verbieden aan speelgoed te komen. Uit het onderzoek blijkt dat moeders sneller reageren, door iets te zeggen of door af te leiden, of door in te grijpen op het ‘ongehoorzame’ gedrag van het kind. Ook bleken moeders sensitiever te zijn tijdens het spelen met hun kind. [ref]Bron: Universiteit Leiden[/ref]. Het is echter de vraag of strengheid wel onder ‘optimaal opvoedgedrag’ valt.

Ten opzichte van de familie de Koning zijn beide ouders de Ruiter laks te noemen, maar vooral vader blijkt zich ongemakkelijk te voelen bij het strikt handhaven van regels en doet dit dan ook zo min mogelijk. De onderzoeksopzet maakte het mogelijk om na te gaan hoe verschillen tussen opvoeders in één gezin zich verhouden tot de variatie die ontstaat doordat ieder gezin het anders doet, maar dit is niet terug te vinden in de Nederlandse samenvatting van het proefschrift[ref]Samenvatting proefschrift ‘Sekseverschillen in de opvoeding’[/ref].

Moderne vaders

Een extra bron van variatie zijn de verschillen die ontstaan doordat het unieke karakter van elk kind ook om een unieke aanpak vraagt. Mevrouw Hallers-Haalboom had dus mogelijk ook nog kunnen zien dat mijnheer en mevrouw de Ruiter erg laks zijn zodra zij tegenover hun jongste zoon zitten, maar mevrouw de Ruiter toch opvallend vaak haar oudste, ietwat eigenwijze, zoon corrigeert als deze een greep naar het verboden speelgoed doet.

Niks van dit alles. Wel leren we dat streng zijn een “aandachtspunt” is voor “moderne vaders”[ref]Wacht maar tot je moeder thuiskomt – Universiteit Leiden[/ref]. Wie die moderne vader is wordt niet vermeld, maar mijn vermoeden is dat het hier gaat om de man die op zondag het vlees komt snijden en op maandag de auto voor zijn vrouw inparkeert.


Peter Hoffenaar
Onderzoeker binnen het programma theorie en praktijk van opvoedingsondersteuning en docent aan de afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Voor Sciencepalooza schreef hij over de invloed van technologische veranderingen op de opvoeding en voor Pedagogiek in Praktijk over onderzoek naar het natuurlijke verloop van het gezinsleven van tweeverdieners. Is geen voorstander van een lik-op-stukbeleid ('zero tolerance') in de opvoeding.