Naar de pagina-inhoud

Misplaatste lofzang op ‘Surinaamse’ opvoeding


  • 6 tot 7 minuten
  • 1.319 woorden
  • Suzan Put

Sheila Sitalsing is de beste columnist van Nederland. Scherp, kritisch, inhoudelijk op de hoogte. Opvallend en ronduit teleurstellend is het dan ook hoeveel planken ze misslaat met haar lofzang op de autoritaire Surinaamse opvoeding, dit weekend onder de kop ‘Ik ga je rammelen’ te lezen in Volkskrant Magazine.

Mijn vijfjarige dochter had laatst een nare schaafwond op haar knie. Het gaasje dat erop zat, was in de loop van de nacht gaan verkleven met bloed en pus. Het moest eraf, maar hoe? Ze was bang voor de pijn, paniek in haar ogen. Als we met ons handen ook maar in de buurt kwamen van het gaasje, zette ze het op een gillen en duwde ze ons hardnekkig weg. Een half uur in bad weken had weinig soelaas geboden; het gaasje zat nog steeds vast. Rillend van de kou zat ze op de bank. Ik had een plantenspuit gepakt om het gaasje nat te houden, mijn man coachte haar rustig richting het onvermijdelijke. We zouden niets doen dat zij niet wilde, zij mocht aangeven hoe en wanneer het gaasje van haar knie ging. Een half uur en heel veel tranen later zette ze de knop om. Ze nam een diepe hap lucht en trok het gaasje – ondertussen gelukkig goeddeels los van de wond – eraf. Moe van alle consternatie, liet ze zich naar bed tillen. Duim in haar mond, lijfje in foetushouding, viel ze binnen een minuut in slaap.

Meer dan een uur in de weer met een kleuter die bang is voor wat pijn. Ik vermoed zomaar dat columnist Sheila Sitalsing dit een schoolvoorbeeld vindt van de doorgeslagen overlegstructuur in Nederlandse gezinnen.

Het begint al bij het plaatje bij de tekst (en nee, die heeft de columniste er niet zelf bij gezocht, maar het sluit wel naadloos aan bij de inhoud): een Hollandse kleuter ligt krijsend op de vloer, haar moeder bedremmeld naast haar. Ernaast een Surinaams leeftijdgenootje, dat braaf met gebogen hoofd luistert naar haar corrigerende moeder. De boodschap: die Nederlanders kweken met hun gepraat, overleg en weke knieën onaangepaste, driftige narcistjes die niet weten hoe ze zich in de openbare ruimte moeten gedragen. Nee, dan de Surinaamse (of Caribische, of in ieder geval niet-Nederlandse) opvoeding. Die weten tenminste hoe het hoort. Niet omdat ze een soort aangeboren moreel kompas hebben, of een feilloos ontwikkeld geweten. Nee, het Surinaamse kind doet wat er van hem/haar gevraagd wordt, omdat dat er – niet zelden letterlijk – ingeramd is. ‘Er worden dingen gezegd als ‘Ik breek je benen’ of ‘Ik ga je rammelen’. Maar dat rammelen is vaak overdrachtelijk bedoeld.’, stelt Sitalsing. Nog los van het feit dat ze in haar stuk van beiden opvoedstijlen een doorgeslagen karikatuur schetst, is de praktijk in veel gezinnen helaas anders. Bovendien is het maar de vraag of kinderen die ‘overdrachtelijkheid’ begrijpen. En of het nou wel of niet tot daadwerkelijke lijfstraffen leidt, het doel is hetzelfde; het inboezemen van angst, zodat het kind zich gedraagt.

Door goed gedrag af te dwingen, leg je niet meer dan een laagje fineer over het kind, dat weinig zegt over of een kind een goed mens is.

Het zou fijn zijn als Sitalsing er eens een onderzoek (of twee, doe eens gek) bijgehaald had om haar stelling te staven. Dan zou ze wellicht gelezen hebben over een onderzoek van pedagoge Rianne Kok van de Universiteit Leiden, die in haar proefschrift concludeert dat kinderen door uitleg en afleiding beter leren hun emoties en gedrag te beheersen dan door een autoritaire en afstraffende opvoedstijl. Ja, met macht kun je op korte termijn veel gedaan krijgen, zeker bij kleine kinderen. Je pakt ze op, legt ze over de knie of zet ze in de hoek en herhaalt dit net zo lang totdat ze wel beter weten. Vroeg of laat past een kind zich aan. Maar léért het er ook wat van? Kinderen groeien op en zijn niet meer bang voor je of afhankelijk van je. Door goed gedrag af te dwingen, leg je niet meer dan een laagje fineer over het kind, dat weinig zegt over of een kind een goed mens is en vooral ook blijft. Opvoeden is zoveel méér dan ervoor zorgen dat je kinderen zich gedragen.

Natuurlijk zijn zaken als beleefdheid en vriendelijkheid nuttige vaardigheden in het sociale verkeer, maar daar zou de focus niet op moeten liggen, het is niet meer dan wat smeermiddel om het sociale verkeer wat te versoepelen. De crux zit hem in de vraag: hoe leert een kind om zelf de goede, morele beslissingen te nemen? Uit onderzoek blijkt dat jonge daders van geweldsdelicten thuis vaak weinig in te brengen hebben. Wanneer de dwingende morele stem van ouders wegvalt in de puberleeftijd, is het voor deze jongeren enorm moeilijk om zichzelf te reguleren. Hoe moet je je leren gedragen in die openbare ruimte als alle controle die je jarenlang gewend was, wegvalt? Welk innerlijk mechanisme moeten deze kinderen aanspreken?

Opvoeden is zoveel méér dan ervoor zorgen dat je kinderen zich gedragen

Want zeg nu eerlijk: die kinderen uit liefdevolle overleggezinnen, zijn dat de jongeren die later in de bak belanden, geen respect hebben voor anderen en hun bezit, degenen met de gebrekkige moraal? Is het probleem van de met harde hand opgevoede jongeren niet juist een gebrek aan empathie, een moreel defect waardoor zij zich slecht in een ander kunnen verplaatsen? Moeten we de oorzaak van narcisme niet eerst zoeken in een cultuur waar uiterlijk en een vlotte babbel belangrijker zijn geworden dan inhoud, in plaats van weer de vinger te wijzen naar ouders van kinderen die misschien níet op commando in de houding springen, maar die hun kind wél leren zich om een ander te bekommeren?

Volgens Sitalsing willen Nederlanders vriendjes zijn met hun kinderen. Surinaamse (of Caribische, of in ieder geval niet-Nederlandse) mensen snappen tenminste dat een kind een vormeloze homp klei is die door de ouders in een netjes met twee woorden pratende, beleefde vorm gekneed moet worden. Interessant genoeg verscheen eerder dit jaar een stuk in Trouw waarin gesteld wordt dat negen van de tien kinderen in Suriname te maken krijgen met mishandeling. In dit artikel trekt neuropsycholoog Sila Kisoensingh aan de noodbel: zij spreekt van een ‘verloren generatie’ met torenhoge schooluitval en gedrags- en leerstoornissen.

Een scherp contrast dus met de door Sitalsing zo bejubelde Surinaamse opvoeding. Daarnaast is opvoeden zoveel méér dan alleen ervoor zorgen dat kinderen zich, oppervlakkig gezien, goed gedragen. Als je ouders vraagt wat ze voor hun kinderen wensen, is dat vrijwel zonder uitzondering dat hun kinderen later kritische en onafhankelijke mensen worden, geen meelopers en ja-knikkers. “Opvoeden gaat om kinderen perspectief bieden, ze een positief wereldbeeld aandragen, voorleven hoe ze hun leven kunnen inrichten, het gaat over de vorming van hun identiteit”, zegt hoogleraar Micha de Winter daarover.

Opvoeden zou niet moeten gaan over het ‘klaarstomen voor de harde wereld’ zoals die nu is, maar over het voorbereiden op een wereld zoals we die het liefst zien. Een wereld waar macht, agressie en geweld niet thuishoren. Een waarin we ieders behoeften en emoties serieus nemen, zónder daarbij over onze eigen grenzen heen te walsen. Juist binnen de veiligheid van het gezin zou er ruimte moeten zijn om te oefenen met sociaal gedrag, het oplossen van conflicten en het reguleren van je eigen emoties.

Dat het soms betekent dat je als ouder je ‘zin’ niet krijgt, is een kleine prijs die we daarvoor betalen, geven en nemen is nu eenmaal onderdeel van het leven. Kinderen leren sociaal en moreel gedrag door er zelf mee in aanraking te komen, niet doordat ze bang zijn voor de (letterlijk) pijnlijke gevolgen als ze niet doen wat hun ouders willen.


Annemiek Verbeek
Vindt van alles over van alles, maar schrijft als freelance journalist vooral over opvoeding, onderwijs en (geboorte)zorg. Probeert her en der ook wat in de praktijk te brengen op/met twee schoolgaande dochters van 10 en bijna 8 en een heerlijke peuter van 3.