Naar de pagina-inhoud

Gemeen advies van de “Supernanny”



Hij schreef dertien boeken over opvoeding en onderwijs, zat in tv-shows als Oprah, schreef honderden artikelen voor kranten en tijdschriften en Time magazine noemde hem ooit “’s Lands meest uitgesproken criticaster van de fixatie op cijfers en toetsen in het onderwijs”: Alfie Kohn. Toch is zijn werk in Nederland nog niet vertaald. Aan KROOST gaf Kohn toestemming zijn artikelen te vertalen. Deze keer is het de beurt aan een vertaling van ‘Atrocious Advice from Supernanny’.

Copyright 2009 by Alfie Kohn. Reprinted from Atrocious Advice from Supernanny with the author’s permission and translated by Joyce van den Bogaard. For more information, please visit www.alfiekohn.org

[Dit is een iets uitgebreidere versie van een door Kohn eerder gepubliceerd artikel met de titel “Supernanny State.”]

Een tiran is blij met een rel. Wanorde is een excuus om vrijheden in te trekken en zo de rust te herstellen. Er zijn tenslotte maar twee opties: chaos en controle.

Dat hebben de makers van Supernanny en Nanny 911 goed begrepen. Elke week komen ze met hun camera’s in een disfunctioneel gezin waar de kinderen tegen de muren stuiteren en de ouders hun haren van pure wanhoop uit hun hoofd trekken. Je ziet gezeur, er wordt gegild, geslagen… en de kinderen zijn minstens zo erg. Maar wacht….kijk eens omhoog: is het een vogel? Nee, het is een no-nonsense Britse nanny, klaar om erin te duiken, met een recept voor ouderwetse ouderlijke controle. Al snel hebben de Amerikaanse ouders, die geen benul hebben van hoe ze hun kroost in het gareel moeten krijgen én houden, weer comfortabel de leiding. De kinderen zijn rustig en zeggen ‘ja en amen’, iedereen is superdankbaar. Tijd voor romantische muziek, in slowmotion afgespeelde knuffels en een vooruitblik op de nog wanhopigere familie die volgende week op uw beeldscherm zal verschijnen.

Dit soort programma’s verheft het manipuleren van kijkers tot een kunstvorm.

Dit soort programma’s verheft het manipuleren van kijkers tot een kunstvorm. De programmamakers kiezen de meest vervelende kinderen die ze kunnen vinden, zodat de kijker zichzelf kan feliciteren met zijn eigen opvoedvaardigheden en het niet volledig mislukken van zijn eigen kinderen. Nog belangrijker is dat de keuze van de programmamaker voor dit soort gezinnen ervoor zorgt dat je als kijker vanaf de bank maar één ding denkt: ingrijpen. Liever een totalitaire oplossing dan dat het relschoppen op het scherm maar doorgaat.

De makers willen ons doen geloven dat de aanwezigheid van de cameraploeg geen invloed heeft op hoe ouders en kinderen met elkaar omgaan, en te negeren wat het nou eigenlijk zegt over deze mensen dat ze het goed vonden om hun vernedering op televisie te laten zien. We krijgen de illusie voorgeschoteld dat het mogelijk is een gezin binnen een paar dagen te transformeren én dat de eind-goed-al-goed scènes aan het eind louter te danken zijn aan de uitzonderlijke kwaliteiten van de nanny – en niet aan de montagevaardigheden van de makers.

In de meeste series komen dit soort gekunstelde ‘happy endings’ amper meer voor. Soms gaat er iemand dood, blijkt een crimineel slimmer dan zijn aanklager, is de slechterik niet veranderd. Maar hier, in het rijk van de non-fictie, moet er voor het einde altijd een nette oplossing zijn. Misschien is dit wel reality-tv die het verst van de waarheid vandaan staat.

We zouden natuurlijk smakelijk kunnen lachen om de onwaarschijnlijkheid van dit soort programma’s, ware het niet dat ze miljoenen ouders leren om hun levensechte kinderen zo op te voeden. En dan maakt het wel degelijk uit dat ze een placebo verkopen.

Misschien is dit wel reality-tv die het verst van de waarheid vandaan staat

Neem nou ABC’s Supernanny met Jo Frost. De show volgt een strenge formule: Jo Frost, de nanny uit de titel en auteur van bestsellers, komt binnen, observeert, trekt gekke bekken, vertelt wat iedereen allang ziet, en geeft het gezin een schema en een set regels en straffen. De ouders struikelen aanvankelijk, maar krijgen haar systeem dan onder de knie. Tevredenheid alom.

De beperkingen van het programma hebben echter minder gevolgen dan de beperkingen van haar grote ster. De aanpak van familiecrises door mevrouw Frost is verbluffend simplistisch; het is de beperktheid van haar repertoire en niet zozeer de beperktheid van het medium waardoor ze de belangrijkste vragen negeert. Ze blijft maar vragen of het combineren van werk en kinderen beter zou worden als er goedkope dagopvang beschikbaar was, maar vragen naar psychologische issues doet ze niet. Passen de verwachtingen van de ouders wel bij de leeftijd van het kind? Zou het misschien niet zozeer hun gebrek aan opvoedkwaliteiten maar iets heel anders kunnen zijn waardoor deze ouders zo op hun kinderen reageren – of juist niet reageren – als ze nu doen? Hoe zijn ze zelf opgevoed?

De nanny kijkt nooit onder het oppervlak, en haar analyses zijn bij elke familie hetzelfde. Het probleem is altijd dat de ouders niet genoeg controle hebben over hun kinderen

De nanny kijkt nooit onder het oppervlak, en haar analyses zijn bij elke familie hetzelfde. Het probleem is altijd dat de ouders niet genoeg controle hebben over hun kinderen. Ze heeft geen moeite met het begrip “macht”, zolang die maar wel bij de grote mensen ligt. Kinderen zijn de vijand die overwonnen moet worden. (In het begin van Nanny 911 waarschuwt de luide stem van de voice-over dat de peuters “het huishouden overnemen”; in één aflevering worden de kinderen omschreven als “kleine monsters”) Ouders leren hoe ze hun kinderen zover kunnen krijgen dat ze hun middagdutje nu gaan doen. Of de kinderen wel echt moe zijn, is verder niet interessant.

De lievelingswoorden van Supernanny zijn “techniek” en “consequent zijn”. Eerst komt er een schema – het eten is om 18 uur, omdat zij het zegt – en de kinderen krijgen een lijst met generieke regels. Het doel is handhaving en orde, niet kinderen iets leren of laten nadenken. Een kind wordt niet geholpen om na te denken over de gevolgen van zijn agressie voor anderen, hij krijgt alleen te horen dat slaan “onacceptabel” is; de redenen waarom, of moraliteit, zijn niet belangrijk. Daarna wordt hij gedwongen om “op het strafstoeltje” te zitten. Later weer vertelt de nanny de vader om het kind te bevelen zijn excuses aan te bieden. Daartoe gedwongen mompelt het kind de gewenste woorden. De volwassenen zijn tevreden.

Om het evenwicht te bewaren, worden de kinderen niet alleen in bedwang gehouden met straffen, maar ook met beloningen. De kinderen die niet aten wat (of wanneer, of zoveel als) de ouders wilden, worden overladen met beloningen zodra ze dat wel doen – een “Goed zo!” voor elke mond vol. En ja hoor, de kinderen nemen nog een hapje. Deze kinderen zijn zo wanhopig op zoek naar acceptatie, dat ze genoegen nemen met voorwaardelijke bekrachtiging in plaats van de onvoorwaardelijke liefde die ze eigenlijk nodig hebben.

In één familie is een klein meisje dat eraan gewend is dat haar moeder voor het slapengaan bij haar komt liggen. Vergeet het maar, zegt Supernanny, en zonder waarschuwing of uitleg wordt deze traditie de nek omgedraaid. Als het meisje begint te schreeuwen, is dat alleen maar bewijs van hoe manipulatief ze is. Later bekent de moeder: “Ik voelde me bijna alsof ik haar mishandelde”. “Niet toegeven”, dringt de nanny aan, en de twijfels leiden al snel tot “Zie je wel, het werkt, ze wordt stiller”. Wat eigenlijk betekent dat het meisje de hoop heeft opgegeven dat haar mama nog even gezellig bij haar zal komen liggen.

In een andere aflevering speelt een jochie met een tuinslang in de achtertuin, als zijn moeder ineens roept: “En nu is het afgelopen.” De jongen protesteert (“Maar ik ben aan het schoonmaken!”), dus draait moeder de kraan dicht. Hij wordt boos en schopt tegen een wagentje. De Supernanny gelooft haar ogen niet: “En dat alleen maar omdat ze de kraan uitzette!” Er volgt geen uitleg over de autocratische, respectloze manier die aan deze uitbarsting vooraf ging. Maar ja, autocratisch en respectloos ouderschap is haar handelsmerk.

Maar ja, autocratisch en respectloos ouderschap is haar handelsmerk.

De oppervlakkigheid van Supernanny is geen toeval; het is een ideologie. Wat deze shows laten zien is behaviorisme. Het gaat er niet om een kind op te voeden; het gaat om het bekrachtigen of juist uitroeien van discreet gedrag – wat genoeg is als je, net als wijlen B.F. Skinner en zijn nog levende volgelingen, gelooft dat de mens alleen gedrag is, en meer niet.

Behaviorisme is net zo Amerikaans als het belonen van kinderen met appeltaart. We zijn een druk volkje, dat geld moet verdienen en landen moet veroveren. Wij hebben geen tijd voor theorieën of complicaties: geef ons maar gewoon technieken die werken. Als het ontslaan van duizenden werknemers goed is voor een stijging van het aandeel van het bedrijf; als het aanbieden van een geestdodend curriculum zorgt voor hogere testscores onder studenten; als het terugvallen op omkopingen en dreigementen helpt om kinderen te laten gehoorzamen, dan hoeven we ons ook niet af te vragen: “Hoe lang werkt zoiets nou? En tegen welke prijs?”

Toen ik onderzoek aan het doen was voor een boek over ouderschap, ontdekte ik verontrustende research over de schadelijke effecten van technieken als het “strafstoeltje” (ook wel bekend als de time-out), die eigenlijk een vorm zijn van het onthouden van liefde. Ik vond ook nogal wat bewijs dat ouders die niet uit zijn op controle, maar die in plaats daarvan vertrouwen op warmte en redelijkheid, een grotere kans hebben op kinderen die doen wat er gevraagd wordt – en die opgroeien tot verantwoordelijke, meelevende, gezonde mensen.

Als je het aandurft om het programma van de nanny uit te zitten, krijg je een betrouwbare gids voorgeschoteld voor hoe je kinderen niet zou moeten opvoeden. Het programma nodigt ook uit om na te denken over de alomtegenwoordigheid van populair-behaviorisme en onze drang naar een snelle oplossing: “Ik verzeker je”, waarschuwt de supernanny serieus een ouderpaar (en dat is een tautologie), “elke keer dat je consequent bent, krijgt [je kind] dezelfde boodschap.”

Ik geef toe: dat klopt. Maar welke boodschap?


Joyce van den Bogaard
Redacteur bij hetkind.org, moeder van een puberdochter en een kleuterzoon, Montessori-adept, serie-binger, wikipediaverslinder, gadgetfreak en geïnspireerd in opvoeden en het leven door Alfie Kohn.


*