Naar de pagina-inhoud

Wie is de baas over jouw bevalling?


  • 9 tot 10 minuten
  • 1.857 woorden
  • Peter Put

‘Ouderschap zonder fratsen’ is het motto van KROOST. Wij geloven dat ouderschap een zoektocht is, waar de relatie tussen ouder en kind een voortdurende bron van inspiratie, verandering en zelfontdekking is. Eigenlijk begint die zoektocht al bij de zwangerschap en je bevalling; hoe vind en behoud je je eigen weg in geboorteland? Annemiek bleef haar eigen koers varen tijdens haar ingewikkelde derde zwangerschap, maar dat ging niet zonder slag of stoot.

Hadden we een onnodig risico genomen om, tegen het advies van de artsen in, thuis te blijven voor de bevalling van onze derde dochter? Die vraag heb ik mezelf regelmatig gesteld de afgelopen zeven maanden. Het antwoord is telkens nee. Ja, we wisten dat ons meisje ‘iets’ kon hebben. Het kleine onderkaakje dat op de echo gezien was, kon wijzen op een open gehemelte, wat misschien weer onderdeel kon zijn van een of ander naar syndroom. Twee keer ‘kon, één keer ‘misschien’. Hoeveel vragen ik ook stelde aan kinderarts en gynaecoloog; wat nu écht de risico’s waren, kon niemand ons vertellen. ‘Voor de zekerheid’, dat was het belangrijke argument voor een ziekenhuisbevalling. Maar zekerheid heb je nooit. Zwangerschap en bevallingen horen tot de laatste bastions van onmaakbare en onvoorspelbare levenszaken. Wat ik wél wist: ik beval snel. Bij mijn andere twee dochters vulden de eerste luidkeelse levenstekenen al binnen een paar uur onze slaapkamer. Langs de snelweg baren zag ik als een minder aantrekkelijk en vele malen risicovollere onderneming dan thuis, in mijn eigen omgeving. Bovendien had ik een zéér kundige vroedvrouw die ik 100% vertrouwde; zij kende ons, wij haar – we waren een hecht team.

Angst is zelden een goede raadgever. En rondom bevallingen misschien nog wel het allerminst.

Ons meisje kwam op een vroege woensdagochtend binnen anderhalf uur op onze eigen slaapkamervloer ter wereld. Ze bleek inderdaad een open gehemelte te hebben, maar verder was er niet zoveel aan de hand. Geluk? Nee, dat denk ik niet. We  – dat zijn mijn man, ik en onze geweldige vroedvrouw – zijn bij de feiten gebleven en hebben ons niet gek laten maken door vage doemscenario’s die ons in de spreekkamer van het academisch ziekenhuis om de oren vlogen. Maar man oh man, wat was dat lastig. Zonder onze voortvarende, dappere en eigenzinnige vroedvrouw hadden we nooit de keuzes kunnen maken die we hebben gemaakt. Angst is zelden een goede raadgever. En rondom bevallingen misschien nog wel het allerminst.

Begin april was er in het Amsterdamse debatcentrum De Balie een debat over (on)gezonde angst in de geboortezorg (de avond is hier terug te zien). Angst van de zorgverleners, welteverstaan. Anno 2015 bevalt nog geen zestien procent van de Nederlandse vrouwen thuis (in 2008, toen ik net bevallen was van mijn eerste dochter, was dat nog dik 25 procent, om maar even aan te geven hoe snel verandering kan gaan). Het hardnekkige beeld dat we telkens horen en lezen is dat één op de drie vrouwen tijdens een ‘knusse’ thuisbevalling alsnog met ‘gillende sirenes’ naar het ziekenhuis vervoerd wordt. Het klopt inderdaad dat de helft van de vrouwen die bevallen van hun eerste kind, en twintig procent van de vrouwen van een volgend kind, alsnog verwezen wordt, maar het gaat in nog geen vier procent van de gevallen om een spoedverwijzing. Dat verloskundigen vaker en sneller doorverwijzen, heeft onder andere te maken met de steeds striktere protocollen die in hun Verloskundige Indicatie Lijst (VIL) staan én met de wens van steeds meer vrouwen om pijnbestrijding te krijgen.

Wanneer zijn we met zijn allen gaan geloven dat bevallen iets is wat een vrouw niet kan zonder hulp van een medische professional?

We kunnen nog kiezen waar we bevallen. Nóg wel. Maar die keuzevrijheid is relatief, want hoe vrij zijn we als de informatie die we krijgen op zijn best selectief is. Als artsen en verloskundigen al nerveus worden van een ‘baring buiten het boekje’, hoe kunnen we dan verwachten dat zwangeren nuchter een afweging maken? Feit is dat sterftecijfers zich lastig laten vergelijken. Niet elk land gebruikt immers dezelfde meetmethodes en statistieken. Zo telt Nederland de babysterfte vanaf 22 weken mee, inclusief de zwangerschapsafbrekingen naar aanleiding van screening op het syndroom van Down. Andere landen tellen pas vanaf 24 of 28 weken, en/of nemen de zwangerschapsafbrekingen niet mee in hun cijfers. Daarnaast hebben Nederlandse artsen tot voor kort een zeer terughoudend behandelbeleid gevoerd ten aanzien van extreem vroeggeboren baby’s. Hierdoor ligt onze sterfte in de eerste week na de geboorte hoger dan in andere landen. En juist bij die vroeggeboorte liggen de meeste problemen. De overlevingskansen van vroeggeboren baby’s hebben alles te maken met de medische behandelingsmogelijkheden en de toepassing daarvan door de kinderarts na de bevalling. Baby’s die in Nederland niet koste wat kost in leven worden gehouden (als ze heel erg ziek zijn), sterven in de eerste week na de bevalling. In landen waar intensief behandeld wordt, zal een groot aantal van deze baby’s alsnog in de eerste maanden na de bevalling overlijden. Deze cijfers zijn dan niet terug te zien in de statistieken van de perinatale sterfte. Ook deze methode ‘verlaagt’ de babysterfte, maar alleen statistisch, niet in werkelijkheid.

Wanneer zijn we met zijn allen gaan geloven dat bevallen iets is wat een vrouw niet kan zonder hulp van een medische professional? Waar verloskundigen tijdens hun opleiding eindeloos stage lopen in ziekenhuizen, zien de meeste gynaecologen nooit een ‘normale’, niet-pathologische bevalling in een thuissituatie. Nooit. Over wat voor deskundigheid hebben we het dan? Gestaag, maar onherroepelijk, heeft de bevalling zich ook in Nederland de afgelopen eeuw verplaatst van thuis naar het ziekenhuis. Is het einde van de thuisbevalling nabij? En is dat erg? Ja, dat is erg. Het gaat nadrukkelijk niet over waxinelichtjes of zachte muziek op de achtergrond; het gaat om het keiharde, fundamentele recht van iedere vrouw om zelf te kiezen waar en met wie ze bevalt. Dat heb ik niet zelf verzonnen: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg bevestigde dit recht nog in 2010, toen het in de zaak Ternovszky versus Hongarije concludeerde dat een overheid een vrouw niet mag beperken in haar wens thuis te bevallen.

Door het standpunt in te nemen dat de gynaecoloog ‘bepaalt’ of een zwangere wel/niet thuis ‘mag’ bevallen, wordt ze gedegradeerd tot het lijdend voorwerp van een ziekenhuisprotocol: ze mag niet thuis bevallen, ze moet ingeleid worden met 42 weken zwangerschap, ze krijg geen toestemming om anders dan liggend te baren. In elke andere situatie – thuis of op het werk – staan vrouwen terecht op hun achterste benen als iemand ze beknot in hun keuzevrijheid. Maar als het om bevallen gaat, lijken we niet te beseffen dat we ook rechten hebben, net zoals we die op ons werk of in onze relatie hebben. “We zitten vast in onze ‘de dokter weet het beter’-mentaliteit, zonder hun keuzes of beweegredenen kritisch te bevragen”, schreef feministisch schrijver Milli Hill op het Britse blog Best Daily. Ze pleit dan ook voor een beweging van vrouwen (én hun mannen!) die het recht op eigen bevalling claimen.

Ik had niet het recht thuis te blijven, maar wel het recht serieus genomen te worden

Damaris Matthijsen is zo’n vrouw die dat recht met succes claimde. Ze benaderde mij met haar verhaal, omdat ze zo graag andere vrouwen wil vertellen wat zij níet wist bij haar eerste zwangerschap. ‘Er kan veel, veel meer dan de meeste zwangeren weten. Veel meer dan wat er gemiddeld in de spreekkamer verteld wordt’. Haar eerste zoon kwam met een keizersnede ter wereld. Toen ze weer zwanger werd, wilde ze graag alsnog thuis, in bad, bevallen. Een vaginale bevalling na een keizersnede; er zijn bar weinig zorgverleners die dit soort VBAC-bevallingen (Vaginal Birth After Caesarean) aandurven. Ze vond een vroedvrouw die niet direct de deur dichtsloeg, die met haar op zoek ging naar de laatste inzichten uit de wetenschappelijke literatuur en de risico’s zorgvuldig tegenover elkaar zette. Een vroedvrouw, eerst en vooral, die naar háár wensen luisterde en haar niet meteen als een irrationale vrouw met onrealistische ‘fantasieën’ wegzette. ‘We hebben tijdens het hele zwangerschap intensief contact gehouden, constant gekeken of we er ons beiden nog senang bij voelden. Ik had niet het recht thuis te blijven, maar wel het recht serieus genomen te worden. Dat ik uiteindelijk thuis, in bad, bevallen ben van mijn dochter, is het bewijs van wat vertrouwen en teamwork met je verloskundige kan opleveren. In het ziekenhuis had ik nooit de ruimte en tijd gehad om dit te doen, daar ben ik van overtuigd.’

Durf te vragen, verantwoordelijkheid te nemen, je niet te laten kapen door angst. Dat is geen makkelijke opgave. Keuzes maken als je bol staat van de hormonen, als de uitkomst ongewis is, als er mogelijk zoveel op het spel staat; dan lijkt de regie uit handen geven een aantrekkelijke optie. Maar het is nergens voor nodig je te laten wijsmaken dat je Russisch roulette speelt als je kiest om een eigen koers te varen. De stem van de zwangere wordt nu te weinig gehoord door zorgprofessionals. Daarom is het zo belangrijk dat de Geboortebeweging bestaat; een netwerk van ouders, vroedvrouwen, doula’s, gynaecologen en andere zorgverleners – aanvankelijk alleen op Facebook, maar nu ook als ‘officiële’ stichting – die zich hard maken voor het recht van elke vrouw zelf te bepalen hoe, waar en met wie ze haar kind baart. Het is geen beweging die het thuisbevallen promoot, wel een beweging die de keuzevrijheid van de zwangere vrouw als absoluut uitgangspunt neemt. Thuis bevallen is zeker niet voor iedereen de beste keuze. Ik heb vriendinnen die hun eigen leven én dat van hun kind te danken hebben aan inventieve, accurate ingrepen van betrokken en vaardige gynaecologen. Ik ken ook genoeg vrouwen (en hun partner) die er om wat voor reden dan ook niet aan moeten denken thuis te bevallen: fijn dat er voor hen de keuze is om poliklinisch in tal van prachtige bevalcentra te baren.

‘Een bevalling is een ingrijpende ervaring die sterke en langdurige gevoelens oproept’, zegt hoogleraar verloskunde Simone Buitendijk. ‘We weten uit onderzoek hoe belangrijk het is dat een vrouw een goede bevallingservaring heeft. Een negatieve ervaring leidt tot een grotere kans op angst en op gevoelens van falen, en meer kans op een postnatale depressie en zelfs een posttraumatisch stresssyndroom.’ Uit promotieonderzoek van Claire Stramrood uit Groningen blijkt dat minstens tweeduizend vrouwen jaarlijks ptss oplopen na een traumatische bevalling. Wanneer vrouwen tijdens de bevalling geen controle hebben (ergo: een arts die zegt wat je wel en niet mág doen) vergroot dat de kans op angst en paniek aanzienlijk, en daarmee op een negatieve ervaring. Het gaat hier niet om geneuzel in de marge, niet om romantisch geleuter en behoefte aan knusheid en het zachte licht van kaarsjes op het nachtkastje, het gaat om de fundamentele behoefte van iedere vrouw om zeggenschap te hebben over wat er met haar eigen lijf gebeurt. Dat kan alleen bereikt worden door de wensen, keuzes en behoeften van iedere zwangere vanaf het allereerste moment serieus te nemen – en niet een sociaal wenselijk babbeltje te voeren met als enige doel dat ze zich alsnog conformeert aan het protocol.


Annemiek Verbeek
Vindt van alles over van alles, maar schrijft als freelance journalist vooral over opvoeding, onderwijs en (geboorte)zorg. Probeert her en der ook wat in de praktijk te brengen op/met twee schoolgaande dochters van 10 en bijna 8 en een heerlijke peuter van 3.