Naar de pagina-inhoud

Hoe ga je om met winst en verlies bij het sporten?


  • 2 tot 3 minuten
  • 543 woorden
  • Suzan Put

Waar ik heel benieuwd naar ben is hoe jullie vanuit Onvoorwaardelijk Ouderschap (OO) kijken naar competitie en georganiseerd sporten. Ik merk dat mijn zoon het heerlijk vindt om te voetballen en het winnen ook erg fijn vindt, terwijl hij verliezen wel kan hebben. Volgend seizoen wil hij heel graag in een hoger team. Ik merk dat ik er over pieker hoe je met winnen, verliezen, bekers en medailles om kan gaan.

~ Saskia Daru

Een selectie uit de antwoorden

Het dilemma leverde een diversiteit aan antwoorden op. Kijk maar!

Samenwerken een interessant doel

Ik denk dat winnen en verliezen maar een klein onderdeel is van sporten. En dat het samenwerken met je team een interessanter doel kan zijn. Van tevoren en erna eens bespreken van wat je met een wedstrijd wilt bereiken is daarbij wel een aanrader – lekker spelen, hoe staan de verhoudingen, wat willen we leren, en is dat gelukt. Ongeacht de uitslag.

~ Suzan Put

Kind volgen

Wij proberen vooral ons kind te volgen. Ondanks dat de oudste een groot sporttalent heeft, heeft ze absoluut geen ambitie om er serieus iets mee te doen. Zelf vond ik dat best even slikken, want wat zonde van zo’n talent, maar voor haar staat vooral de gezelligheid voorop en niet winst of verlies. Desondanks vindt ze het moeilijk om te verliezen. Ze wil dan altijd met rust gelaten worden, en dat respecteren we. Als ze het verwerkt heeft, komt ze ook weer gewoon naar ons toe en is het ook goed. We proberen daar niet te veel aandacht aan te besteden dus. Als ik een kind zou hebben dat heel veel sportambitie zou hebben, intrinsiek, dan zou ik dat ook zeker steunen. Natuurlijk is presteren daarbij niet het belangrijkst, wel wat het kind zelf wil. Want wie ben ik om die ambities de kop in te drukken? Ik denk dat leren winnen en verliezen ook iets heel fundamenteels is in de opvoeding.

~ anoniem

Wedstrijd heeft altijd verliezers

Ik vind het zelf ook lastig. Ik geloof zeker dat je een teamsport kunt doen zonder de competitie/winnen het belangrijkste is, maar in de praktijk zijn georganiseerde sportclubs er toch op uit om ‘beter’ te zijn dan de tegenstander. Waar en winnaar is, is ook een verliezer. Lol in het sporten en samenwerken met je teamgenoten lijken vaak minder belangrijk. Ik herinner me het ook van mijn eigen basketbalverleden; het waren vooral de coach en andere ouders die ons aanspoorden om soms koste wat het kost te winnen. Dat is niet een boodschap die ik mijn kinderen wil meegeven. Mijn dochters van 8 en 6 zijn (nog) niet geïnteresseerd in teamsporten, maar ook bij zwemmen en ballet wedijveren kinderen soms met elkaar en jutten de docenten de kinderen soms tegen elkaar op. Zo hoorde ik de balletjuf ooit zeggen dat alleen de dunste meisjes de beste ballerina’s konden worden. Dat was voor ons reden om onze oudste dochter (niet de dunste :)) van de les te halen en op zoek te gaan naar een dansschool die puur plezier als uitgangspunt had. Als mijn kinderen kiezen voor een teamsport, zou ik dan ook kritisch luisteren en kijken langs de zijlijn.

~Annemiek Verbeek


Volgende week weer een nieuw dilemma (en stuur er vooral ook een in als je er een hebt)


Joyce van den Bogaard
Redacteur bij hetkind.org, moeder van een puberdochter en een kleuterzoon, Montessori-adept, serie-binger, wikipediaverslinder, gadgetfreak en geïnspireerd in opvoeden en het leven door Alfie Kohn.