Naar de pagina-inhoud

Wat doe je als je peuter iemand pijn doet?


  • 9 tot 10 minuten
  • 1.894 woorden
  • Suzan Put

Ik ben nog maar enkele dagen bekend met Kroost. Ik heb al heel wat gelezen en kan me er voor een groot deel wel in vinden. Nu heb ik toch een vraagje, vond het voorlopig nog niet terug, misschien heb ik niet goed gekeken. Maar hoe reageer je als je peuter 2,5 jaar iemand pijn doet? Wij leggen altijd uit waarom het niet mag, geven een waarschuwing en bij een tweede poging zetten wij hem even in de hoek (waarschijnlijk niet de juiste manier). En als je alles aanpakt zoals de ‘methode OO’ aanraadt en de peuter/kleuter in kwestie slaat toch nog enkele keren, hoe kun je daar dan mee omgaan? Nog steeds blijven verwoorden of dan een andere aanpak of toch een sanctie !
Daarom graag tips hoe het wel moet. Bedankt!

~ Evelien Krijn

 

Een selectie uit de antwoorden

Het dilemma leverde een diversiteit aan antwoorden op. Kijk maar!

Erken de emotie en maak afspraken

In de hoek zetten zou ik niet doen inderdaad. Ik zou twee dingen doen: erkennen dat je kind boos is of iets niet leuk vindt, dus de reden erkennen dat je kind slaat. Daarmee erken je de emotie en dat is belangrijk. Vervolgens voeg je eraan toe, dat slaan niet de oplossing is. Omdat je iemand pijn doet. Vestig de aandacht van je kind op het effect van zijn of haar slaan. Omdat je eerst je kind erkend hebt en niet afgewezen kan je kind openstaan voor wat er bij de ander gebeurt. Dat het die ander pijn doet.
Maak een afspraak met je kind dat hij daarom niet mag slaan, maar dat hij woorden moet gebruiken. Vind je kind dat nog moeilijk en slaat hij in dezelfde situatie nog een keer, haal je kind daar dan weg. Dat is geen straf, maar een consequentie. Je wilt niet dat hij anderen slaat en als dat niet lukt moet je ingrijpen.
Wat ook kan helpen is in de buurt zijn als je ziet dat het mis dreigt te gaan en je kind woorden helpen vinden. En als je een begin van slaan ziet, zijn arm pakken en zeggen “Weet je nog, boos zijn doe je met woorden, want we doen een ander geen pijn”.
Blijf verder vooral rustig, maar duidelijk en zie het als iets wat je kind moet leren. En ook heus wel zal leren.

~ Karla Mooy

Hangt af van de situatie

Er is geen standaard antwoord voor. Het heeft veel met de situatie te maken waarin dat pijn doen gebeurd.

~ Angela Bos

Wie zijn betrokken?

Fysieke en emotionele veiligheid is voor iedereen een basisvoorwaarde in het leven. Een ander belangrijke basisvoorwaarde is autonomie.
“Het sla-incident” kan dan ook per keer/ situatie opnieuw geïnterpreteerd worden:

Wie zijn de betrokkenen?

Allereerst degene die geslagen wordt/ zal worden:
Als diegene kleiner/ jonger/ kwetsbaarder is dan degeen die slaat, is het belangrijk om “het slachtoffer” te beschermen, dus ingrijpen als je merkt/ ziet dat er geslagen gaat worden, maar beter nog is preventief te werk te gaan: Houd kinderen die fysiek/ emotioneel niet aan elkaar gewaagd onder toezicht, zodat je kunt ingrijpen als dat nodig mag zijn.
Kinderen die wel aan elkaar gewaagd zijn, zijn in ieder geval onder jou toezicht. Je kun t incident observeren en laten gebeuren zonder t te laten escaleren. Het slachtoffer kan zichzelf fysiek beschermen door de klap tegen te houden en zich emotioneel beschermen door middel van taal. Als dat laatste nog lastig is, kun je ingrijpen/ beschermen door
– bij jonge peuters korte uitleg te geven over oorzaak- gevolg en gevoel (bijv. Je slaat Sam. Dat doet Sam pijn. Daarom spreken we af dat je niet mag slaan)
Ligt de situatie iets complexer, dan moet je daar ook op ingaan: (Ik zie twee verdrietige kinderen. Klopt t Lars dat jij t niet leuk vind dat jouw speelgoed is afgepakt door Sam? En klopt t Sam dat jij nu moet huilen, omdat Lars jouw geslagen heeft? Verdrietig zijn is niet fijn hè? ! Voor jullie allebei niet. Vraag beide kinderen wat ze er aan kunnen doen om t verdriet te verhelpen. Vaak komt er een verontschuldiging (sorry) of knuffel of dat t kind t speeltje teruggeeft. Komt er geen oplossing, dan bedenk jij die door een afspraak met ze te maken.
– Bij oudere peuters en kleuters zal er steeds meer ruimte voor gesprek ontstaan en kun je steeds meer controle aan de kinderen teruggeven.

De andere betrokkene is degeen die slaat, in dit geval je peuter van 2,5 jaar, die nog jarenlang de tijd heeft om heel veel te leren. Door goed naar je kind te kijken, kun je aansluiten op zijn behoeften. Als ouder groei je in je rol van toezichthouder, naar gespreksleider, naar gespreksbegeleider, naar toehoorder. Eerst dichtbij en dan steeds meer op afstand. Door kinderen hun eigen verantwoordelijkheid zo veel mogelijk weer terug te geven passend bij de context en hun eigen capaciteiten, groeien ze op tot prachtige zelfbeste en zelfstandige wezentjes!

~ Anoniem

Zoek de oorzaak en bied een oplossing

Het is voor mij heel herkenbaar. Toen mijn ontzettend lieve peuter net naar de peuterspeelzaal ging kregen we de schok van ons leven. Al na de eerste dag bij het ophalen hoorden we dat hij anderen had geknepen, aan haren had getrokken etc. Dat had hij thuis nog nooit gedaan! De leidsters waren het er over eens: lik op stuk! Voor straf in de kinderstoel als hij het deed! Dat voelde voor ons zo verkeerd. Dat spraken we uit maar toch werd deze aanpak een maand lang geprobeerd. Zonder succes.
Na een maand opperden wij een andere aanpak. Het leek ons dat onze peuter moeite had zich te verwoorden (want praatte nog niet veel) en zich nog niet veilig voelde in de groep. Hij moest geholpen worden. We stelden voor als hij een ander pijn deed zijn handen te pakken. Uitspreken wat zijn behoefte zou kunnen zijn (wil je soms meespelen?). Uitspreken wat niet mag (we doen elkaar geen pijn) en wat wel mag (elkaar aaien, samen spelen, etc.) Telkens herhalen.
Na 2 weken was het een peuter die zich geaccepteerd en begrepen voelde op de peuterspeelzaal en was hij heel zoet. Dat hij nog niet zoveel praatte was ineens geen belemmering meer in contact met anderen.

~ Anoniem

Veel oefenen

Dank je wel en leuk dat je KROOST leest! Ik wil reageren op ‘methode OO’: de visie achter onvoorwaardelijk ouderschap gaat uit van gelijkwaardigheid. Ouders en kinderen zijn niet gelijk in leeftijd of ervaring, maar wel als mens zijn ze gelijkwaardig. Iedereen wordt gezien en gehoord in het gezin, dat is het streven. OO is dus geen methode, die je volgens een stappenplan toepast.
Terug naar je vraag: Een peuter kan zichzelf nog niet goed reguleren, dat wil zeggen dat ze hun impulsen niet beheersen. Ze moeten dus heel vaak oefenen voordat zij dat kunnen en ook de juiste leeftijd ervoor hebben, omdat ze eenvoudig weg nog niet overweg kúnnen met hun emotie. Dus daar heeft jouw kind voorlopig nog anderen bij nodig.
Op zich is je kind apart nemen even om het bijten te stoppen prima. Dat heet je beschermende macht gebruiken. Soms is dat gewoon nodig, als er iemand letsel kan oplopen. Maar ik zelf zou dan niet het gedrag afwijzen door straf te geven, maar juist de verbinding zoeken: samen even apart zitten, praten over waarom bijten niet fijn is, dat het pijn doet en dat je zo niet samen kunt spelen. Dan misschien een afspraak maken om het weer te proberen.
Dit zal niet in één keer lukken, je zult een beetje geduld moeten hebben. Maar er komt een moment dat het bijten gewoon stopt en je kind heeft dan een echt belangrijke levensles geleerd van je, namelijk zelfbeheersing. Veel succes!

~ Gabriëlle Jurriaans

Op schoot

Bij mij gaat hij dan even “voor straf” op schoot. Daarna rustig bespreken.

~ Berit Smits

Herkenbaar

Ik vind dat zelf ook zeer moeilijk en zie zelf ook geen oplossing. Ik heb een zoon van 3 jaar en een dochter van bijna 11 maanden. Hij heeft het nog steeds moeilijk met de komst van zijn zusje. Zij mag soms niets van zijn speelgoed aanraken. Hij trekt het dan nogal bruusk uit haar handen en durft haar ook te slaan. Ik begrijp dat een aantal zaken van hem zijn en mogen blijven. Maar heel wat speelgoed is toch bedoeld voor hen allebei. Bijvoorbeeld een keukentje met potten en pannen is bedoeld voor beide. Ik probeer begrijpend te reageren. Bijvoorbeeld: “oei, je vindt het niet fijn als zus met je speelgoed speelt.” of “je lijkt wel wat boos op zus te zijn.” Ik pak hem dan eens vast en dan vraag ik of hij het fijn zou vinden als zus het speelgoed zomaar van hem zou afpakken?” Ik probeer hem ook te leren dat hij zus eerst kan warm maken voor een ander speelgoed, meestal laat ze dan het eerste speelgoedje uit haar handen vallen en uiteindelijk zijn ze beide tevreden. Dit is echter iets wat enkel nu werkt, nu zij nog zo klein is. Maar hij past dit niet uit zichzelf toe, hij blijft het op zijn eigen brute manier doen.
Hij heeft het er ook moeilijk mee dat ik niet enkel hem, maar ook zijn zusje soms moet knuffelen. Dit is vooral een probleem na de school en de opvang. Ze zijn dan allebei moe en willen even opladen. Ze willen mij dan allebei, en mijn zoontje wil de twee armen voor hem alleen. Als ik ze alletwee tegelijk knuffel dan zit zus met haar handjes aan hem, en dat wil hij niet. Hij durft haar dan te slaan. Er is dan altijd eentje die staat te wenen. En ik moet een keuze maken.
Ik zeg wel altijd dat ik het niet fijn vind dat hij zus pijn doet, dat ze nog maar een baby is. Als ik snel genoeg ben kan ik hem tegenhouden, want ondertussen weet ik al wat hij gaat doen.
Ik wil niet kwaad op mijn zoontje worden, want hij heeft het nog altijd moeilijk met de komst van zijn zus. Bij andere kinderen doet hij zo niet, alleen bij haar. Hij kan soms ook lief voor haar zijn, dan zeg ik ook dat ik dat heel fijn vind.
Ik stel mij dus ook de vraag wat je best kan doen als je kind toch blijft slaan, afpakken of ander gedrag dat je niet wil, ook al reageer je begrijpend en met verwoorden.

~ Anoniem

Niet boos worden

Herkenbaar, mijn bijna 3-jarige sloeg in het begin zijn zusje regelmatig (zij is nu een half jaar oud). Wat ik merkte was dat hoe bozer wij reageerden, hoe interessanter hij het slaan vond. Nu proberen we de reactie dus zo kort mogelijk te houden: zeggen dat slaan pijn doet en dat we het daarom niet leuk vinden en dan weer overgaan op de orde van de dag (en uiteraard het slachtoffer troosten). Als hij het blijft doen, til ik zijn zusje op of loop ik even met haar naar een andere kamer. Vergeet niet dat je zoontje nog maar een peuter is. Waarschijnlijk vindt hij het slaan gewoon interessant en kan hij zijn impulsen nog niet goed beheersen. Het kost tijd en herhaalde uitleg om te laten doordringen dat slaan niet zo’n goed idee is.

~ Jeanine


Volgende week weer een nieuw dilemma (en stuur er vooral ook een in als je er een hebt)


Joyce van den Bogaard
Redacteur bij hetkind.org, moeder van een puberdochter en een kleuterzoon, Montessori-adept, serie-binger, wikipediaverslinder, gadgetfreak en geïnspireerd in opvoeden en het leven door Alfie Kohn.