Naar de pagina-inhoud

De basisschool voor beginners


  • 3 tot 4 minuten
  • 710 woorden
  • Namu Lim

Wat doe je als je kleuter een paar weken na de start al vastloopt op de basisschool? Anita weet het ook even niet, en vraagt zich af; wie is er eigenlijk wél goed af in een klas met 30 kinderen?

Ze vindt het superleuk, maar ze heeft het niet makkelijk op de basisschool. Op de peuterspeelzaal duurde het ook even voor ze gewend was, maar daar had ze uiteindelijk haar draai wel gevonden. Op de basisschool moet ze ineens weer helemaal opnieuw wennen, en daar gaat het er toch even wat serieuzer aan toe. Zo moet ze in de kring blijven zitten, op haar beurt wachten met spreken, en als ze op de wc is en ze wil haar handen wassen, dan is het de bedoeling dat ze haar kleren aanhoudt. Het valt niet mee.

Ik ben ervan overtuigd dat ze het wel zal leren, maar de juf heeft haar handen vol aan onze kleuter. En dat is een probleem: er is namelijk geen tweede juf, geen klassenassistent om eens wat extra aandacht te besteden aan een meisje dat wat meer tijd nodig heeft om te leren wat er van haar verwacht wordt in een gloednieuwe situatie. Eigenlijk wordt er van ons kleutermeisje (en van álle kinderen) verwacht dat ze het in één keer goed hebben. Er is geen ruimte voor vergissingen, amper tijd om te leren, te oefenen. De juf kan haar klas alleen maar draaien als alle dertig kinderen netjes in het gareel lopen.

Dat is van alle kinderen veel gevraagd, maar helemaal voor ons explosieve wervelkindje. Zij is niet het meisje dat na twee waarschuwingen de derde keer volgzaam doet wat er van haar gevraagd wordt. De kleuter is een zeer autonoom type, en vechtlustig bovendien. Daarnaast heeft ze (en dat is echt wel heel lastig, zowel voor haarzelf als voor haar omgeving) amper een filter tussen haar denken en haar handelen. Ze is impulsief.

Er is geen ruimte voor vergissingen

“Hier moeten we iets mee,” zegt de juf. Dus ik overleg met onze dame bij jeugdzorg (we hebben een kort lijntje, want kleuter-lief is een pleegkind), die jeugdpsychiatrie noemt als één van de opties. De juf zelf brengt het medisch kinderdagverblijf nog ter sprake. En ik denk: Huh? Wat? Wat? Wat?! Kunnen we niet gewoon een training krijgen om de kleuter te leren tot drie te tellen en na te denken voordat ze handelt? En kan er niet gewoon tijdelijk iemand in de klas zijn die ons meisje (en misschien ook andere kleuters die het zwaar hebben) bij de hand kan nemen? Om haar te leren wat ze moet doen om zich staande te houden?

Ach, zo’n moppie toch”, schrijft mijn vriendin uit Zweden op Facebook, “Ze zijn toch nog hartstikke klein met vier jaar. En dan als een van de dertig ook nog, wat een groep! De Zweden klagen hier al als er op drie leiders twintig kinderen zijn.” Ik slik mijn tranen weg. Met drie juffen of meesters in de klas zou mijn meisje niet naar de jeugdpsychiatrie of een medisch kinderdagverblijf doorverwezen hoeven worden. Dan kan ze gewoon aan de hand genomen worden op de momenten dat ze dat nodig heeft, en zijn er nog twee begeleiders over voor de andere kinderen. Ik vraag me af hoeveel kinderen er in Nederland in de (stinkend dure) jeugdhulpverlening belanden, simpelweg omdat we geen geld vrijmaken voor een klein beetje extra begeleiding in de eerste jaren van de basisschool.

Ik vraag me af hoeveel kinderen er in Nederland in de (stinkend dure) jeugdhulpverlening belanden, simpelweg omdat we geen geld vrijmaken voor een klein beetje extra begeleiding in de eerste jaren van de basisschool.

Ondertussen is het meisje zelf zo moe van het hele schoolgedoe dat ik haar donderdag maar eens een dag thuis houd. Ze wil echt graag naar school, maar woensdagavond hadden we een gevecht van zeker een uur voordat ze zelfs maar probéérde te gaan slapen. Ze is erg verdrietig dat ze niet naar school kan. Maar als ik haar meeneem naar het Scheepvaartmuseum, kikkert ze weer helemaal op.

’s Avonds is er schoolpicknick, en daar zin we natuurlijk met het hele gezin bij. Daarna zijn beide kinderen compleet gesloopt. Maar na vrijdag hoeven we nog maar een week. Is het al vakantie?


Anita Borst
Anita Borst is moeder van een zoon van 6 en een pleegdochter van 3. Als Buurvrouw Anita blogt ze over het leven zoals zich dat aan haar voordoet. Daarnaast schrijft ze columns en opiniestukken voor diverse online en offline media, en ze kan erg goed haken. Vroeger was ze psychiatrisch verpleegkundige, later wordt ze misschien wel brandweerman. Of toch maar journalist. Daar is ze tenslotte ooit voor opgeleid.