Naar de pagina-inhoud

‘Dat komt wel goed, mama’


  • 3 tot 4 minuten
  • 686 woorden
  • Suzan Put

De laatste maanden is faalangst nogal een thema bij ons thuis. Onze dochter van 13 heeft er last van, en dat uit zich op allerlei vlakken: op school, in haar sport. Het is een slimme dame, daar is geen twijfel over mogelijk. Maar ze denkt al snel dat ze “iets toch niet kan”. En stopt dan liefst ook met waar ze mee bezig is, of vermijdt het gewoon bij voorbaat al, onder het mom van: ‘Ik heb er geen zin in.’

Deze zogenaamde “fixed mindset”, ooit zo genoemd door professor Carol Dweck, helpt haar helaas niet echt vooruit. Mensen met een fixed mindset gaan uitdagingen uit de weg, zijn niet gemotiveerd om problemen op te lossen en hebben ook het idee dat ‘het nu eenmaal zo is’ en ook niet te veranderen is.

Daar tegenover stelt Dweck echter de “growth mindset”. Het woord zegt het al: dat is een karaktereigenschap die groei in het vooruitzicht ziet. Mensen met deze mindset zijn niet zozeer geïnteresseerd in het resultaat, maar in het proces dat eraan vooraf gaat, de weg om bij het doel te komen. Zij geloven dat als ze maar hard genoeg werken, dat ze hun doel dan ook kunnen behalen.

Zij geloven dat als ze maar hard genoeg werken, dat ze hun doel dan ook kunnen behalen.

Je kunt je voorstellen dat dat laatste een veel handiger eigenschap is in het leven, zowel op school of sportclub, als bij het leggen en onderhouden van sociale contacten. En dus praten wij als ouders veel met elkaar, om te kijken hoe we die faalangst misschien wat kunnen beteugelen door haar te doen inzien dat ze niet alles direct hoeft te kunnen, maar dat je alles kunt leren door je in te zetten en een doel voor ogen te houden. En natuurlijk dat het niet van belang is of dat doel daadwerkelijk behaald wordt, maar dat de weg erheen al zo mooi en leerzaam kan zijn.

Tegelijkertijd vragen we ons ook af hoe we dat met onze kleuter van 5 dan aan kunnen pakken. Hij heeft weliswaar een ander, onbezorgder, karakter dan zijn grote zus, en is een kind dat altijd bij alles roept “Doe ik zelf wel!”, maar tegelijkertijd willen we dat ook graag zo houden.

Vanmiddag wilde hij samen in de tuin eikelpoppetjes maken, want de eikels liggen voor het oprapen buiten, en met een paar lucifers en een stift kom je al een heel eind. Ik had een plaatje van internet voor hem uitgeprint en hij ging aan de slag. Hij tekende zelfs een broekriem, en de randen van een t-shirt. Het enige wat niet lukte, maar wat hij echt heel graag wilde, was dat er iets van Cars of Planes op het t-shirt kwam te staan. Want als hij iets prachtig vindt, dan zijn het die twee animatiefilms wel. En dus vroeg hij aan mij of ik dat voor hem wilde doen.

Waarop hij op (mijn eigen) moederlijke toon zei: ‘Ooooh, dat kun jij wel hoor, dat komt wel goed’.

Maar ik ben echt een hork met tekenen, al helemaal op zo’n klein, glad oppervlak. Althans, dat maakte ik mezelf wijs (ja, nu ik het zo opschrijf, zie ik zelf ook wel van wie ze het heeft, die dochter van ons). Ik zei dus eerlijk tegen mijn zoon: ‘Ik weet niet of ik dat kan hoor, ik kan niet zo goed tekenen eigenlijk’. Waarop hij op (mijn eigen) moederlijke toon zei: ‘Ooooh, dat kun jij wel hoor, dat komt wel goed’. En hij liep naar binnen om een paar Cars-autootjes te halen als voorbeeld.

Verbaasd maar ook blij zat ik te wachten op hem in de zon. Niet alleen liet hij me zomaar zien hoe je iemand eigenlijk heel eenvoudig kunt bemoedigen, ik voelde zelf ook heel sterk door die bemoedigende woorden dat ik niet zo star moest denken, maar dat ik het gewoon eens moest proberen, dankzij die ene zin van mijn kleine man. Wat een mooi cadeautje op een zonnige herfstdag!


Joyce van den Bogaard
Redacteur bij hetkind.org, moeder van een puberdochter en een kleuterzoon, Montessori-adept, serie-binger, wikipediaverslinder, gadgetfreak en geïnspireerd in opvoeden en het leven door Alfie Kohn.