Naar de pagina-inhoud

Ballonnensoep


  • 3 tot 4 minuten
  • 619 woorden
  • Suzan Put

Anita houdt helemaal niet van ballonnen, vanwege de plastic soep. En toch krijgen haar kinderen er een, elke keer als ze in de winkel komen.

Iedere dag gaan we naar de supermarkt. Iedere dag vraagt mijn peuterdochter of ze een ballon mag. En ik streef ernaar om de moeder te zijn die alle vragen van haar kinderen serieus in overweging neemt. Maar ik houd niet van ballonnen. En al helemaal niet van supermarktballonnen. Supermarktballonnen hebben harde plastic steeltjes, waar ze onderweg naar huis altijd vanaf vliegen. Dus dan moet ik de bakfiets aan de kant zetten om de ballon te redden van voorbijrijdende auto’s, scooters, fietsers en Canta’s.

Gevaarlijk tuig

Eenmaal thuis worden de ballonnen opnieuw van hun steeltjes geplukt. Er wordt met de plastic stokjes gezwiept en gezwaaid totdat er een kind gewond of in elk geval gekwetst raakt, en dan ben ik het zat en gooi ik ze in de zak voor plastic afval. De ballonnen blijven, maar na twee dagen schrompelen ze ineen en beginnen ze naar oud rubber te stinken. Dan knip ik ze lek en gooi ik ze weg. Verse ingrediënten voor de plastic soep.

Zo wordt boodschappen doen één grote oefening in nee zeggen

Waarom delen ze bij de supermarkt ballonnen uit? Om het milieu extra te belasten? Om iedere dag opnieuw een meningsverschil tussen de peuter en mij te bewerkstelligen? Om mijn standvastigheid als ouder te testen? Ik vind het helemaal niet leuk om iedere dag nee te moeten zeggen tegen mijn meisje. Maar ik vind het ook niet leuk om iedere dag een ballon mee naar huis te slepen. Er wordt nauwelijks mee gespeeld, die steeltjes zijn levensgevaarlijke wapens in de handen van mijn kinderen, en ik heb echt, echt, echt voldoende afval van mezelf.

Sinds kort heeft de drogist ook zo’n ballonnenboom staan. Dus ook daar moet ik mijn dochter nee verkopen. En bij de textielsuper maken ze het nog bonter: Daar delen ze ballonnen én molentjes uit. Stel dat ik vijf dagen per week boodschappen doe bij de supermarkt, twee dagen per week iets van de drogist nodig heb en iedere twee weken iets van de textielsuper. Stel dat ik op twee van die excursies ook het grote kind bij me heb. Dan moet ik al gauw zo’n veertig ballonnen per maand weggooien. Rubber, plastic stokje, plastic houdertje. En dat keer twaalf, tel uit uw milieuwinst! En waarom? Ik geloof niet dat het iemand ontgaan is welke winkels er in het dorp zijn. We vinden die ellendige gele ballonnen van de supermarkt door het hele dorp.

Oefening in nee zeggen

Bij de delicatessenzaak staat vaak een bakje met kaasblokjes buiten. Om te proeven. De parfumerie heeft een schaal met snoep op de balie staan, en bij het warenhuisje ligt ook altijd iets lekkers naast de kassa. En zo wordt boodschappen doen één grote oefening in nee zeggen. Want natuurlijk willen mijn kinderen alles hebben, alles proeven. Maar ik vind dat gewoon niet nodig.

En wat ik daar best vervelend aan vind: ik huldig de overtuiging “pick your battles“. Maar deze strijdjes heb ik niet voor het uitkiezen, die worden me opgelegd door de winkeliers. Iedere dag. Ik wil niet hoeven kiezen om geen ballonnen mee naar huis te nemen, ik wil gewoon niet dat mijn kind iedere dag ballonnen aangeboden krijgt. Ik wil niet hoeven kiezen of mijn meisje wel of niet een chemisch spekje of een stukje gevulde koek kan eten. Laat haar gewoon met rust joh! Nee, serieus. Ik blijf heus wel boodschappen doen bij de supermarkt. Misschien kom ik er zelfs vaker als die ballonnenboom eenmaal gerooid is.


Anita Borst
Anita Borst is moeder van een zoon van 6 en een pleegdochter van 3. Als Buurvrouw Anita blogt ze over het leven zoals zich dat aan haar voordoet. Daarnaast schrijft ze columns en opiniestukken voor diverse online en offline media, en ze kan erg goed haken. Vroeger was ze psychiatrisch verpleegkundige, later wordt ze misschien wel brandweerman. Of toch maar journalist. Daar is ze tenslotte ooit voor opgeleid.