Naar de pagina-inhoud

Borst of fles? Appels met peren!



Borst of fles: wat ouders ook kiezen, we hebben het te respecteren. Maar zijn we wel écht zo vrij om te kiezen?

Een ander kamp?

Hoe vaak gaat het zo niet: je wilt borstvoeding geven maar in de praktijk blijkt dat helemaal niet zo makkelijk. Een paar flesjes bijvoeding in de kraamtijd, een onervaren kraamverzorgster, stress, een kind dat niet lekker groeit, familie en vrienden die constant zeggen dat flessen net zo goed zijn of dat je melk misschien wel op is? En als het dan mis gaat, je productie om zeep, je baby die geen goede zuigtechniek heeft ontwikkeld en er problemen ontstaan, is er voor veel vrouwen nog maar één mogelijkheid: poedermelk in een fles geven.

Ruim elf jaar verdiep ik me nu in het debat over borstvoeding. Ik heb de agressie en de frustratie aan beide kanten gezien en gevoeld en me steeds weer over één ding verbaasd: wie heeft in vredesnaam bedacht dat of je een fles of de borst geeft, je ineens in een ander kamp zit? Zo’n 80% van alle vrouwen heeft de intentie om na de bevalling borstvoeding te geven. Van die 80% haalt maar een klein deel de eigen gestelde doelen. De groep vrouwen die de zelfgestelde doelen niet haalt, voelt zich daar zelden blij om.

Misinformatie

In Opzij schrijft journalist Asha ten Broeke in haar column ‘Lang-leve-de-fles of olé-voor-de-borst’ dat ‘De Kwestie’ is dat beide kampen hetzelfde willen “(…)hun kinderen voeden op de manier die zij juist en fijn achten”. Verderop schrijft zij: “de olé-voor-de-borst-mensen hebben een taboeprobleem”. Volgens Ten Broeke is de echte kwestie dat de vrijheid om te kiezen voor fles of borst beperkt wordt door schuld, taboe en misinformatie. Het taboe ligt volgens haar bij vrouwen die in het openbaar willen voeden en daar commentaar op krijgen, of door de baas naar de bezemkast worden verwezen. De misinformatie ligt volgens haar bij de flesouders die weinig informatie kunnen vinden over flesvoeding.

Moeders die hun eigen doelen niet halen, voelen zich daar zelden blij om

De intentie van Ten Broeke lijkt oprecht: we moeten eens ophouden elkaar de maat te nemen. En zeker moeders die meestal gewoon het allerbeste voor hun gezin willen. Wie houden we voor de gek als we beweren dat anno 2015 de bemoeizucht met vrouwen, hun leven en hun lijf, minder is geworden?

Kennis om zeep

Tegelijkertijd wringt de column op een aantal cruciale punten. Neem die misinformatie die Ten Broeke aan de kant van de fles schaart. Flesvoedingsfabrikanten staan klaar met hulplijnen en websites. Ook elke kraamverzorger weet hoe je een fles klaar maakt. Als er informatie ontbreekt dan is dat ernstig, maar is het echt een reëel probleem?

Als er namelijk werkelijk iets om zeep is geholpen, dan is het de kennis rondom borstvoeding wel. Zelfs wanneer een ziekenhuis of verloskundigenpraktijk een borstvoedingscertificaat heeft, gaat het nog heel vaak mis. Bijvoeding geven in de kraamtijd, tepelproblemen die niet tijdig ontdekt worden, baby’s die in (fles)schema’s worden gedwongen (en dus te weinig voeding binnenkrijgen), te weinig tijd en aandacht voor moeder en kind door werkdruk, baby’s niet direct bloot op de huid krijgen na de bevalling, productieproblemen door te weinig aanleggen – en dit zijn nog maar een paar voorbeelden.

Zo jolig is het niet

Ik weet het: al die borstvoedingsinfo *is* te krijgen, maar het gaat nogal eens mis in de manier waarop die informatie bij ouders terecht komt. Daarnaast vergeten we dat het met name gaat om het gebrek aan borstvoedingscultuur. Vrouwtjesapen kunnen geen borstvoeding geven als zij dat niet om zich heen hebben gezien in hun jeugd, maar van vrouwen verwachten we dat ze het alleen op kennis doen, zonder die socialisatie. En dan is borstvoeding inderdaad niet altijd ‘natuurlijk’, in de zin van vanzelfsprekend, en gaat het vaak mis. Zien voeden, doet voeden. Maar het simpele, biologische feit dat borstvoeding geven een aangeleerde, gesocialiseerde vaardigheid is, dat lees of hoor je zelden.

En zo jolig als Ten Broeke het stelt is het natuurlijk helemaal niet: achter ‘Leve-de-fles’ zit vaak ‘Ik-moest-helaas-overstappen-na-een-hoop-pijn-en-ellende’ en ‘Olé-voor-de-borst’ is meestal: ‘ik-heb-me-rot-moeten-knokken-om-te-kunnen-voeden’. Het kiezen voor de fles is bij lange na niet een keuze omdat het ‘juist en fijn’ voelt, maar omdat er moeders geen andere uitweg meer zien.

Echte keuzevrijheid

Het klopt dat er hier geen twee kampen zijn. Of het je lukt om borstvoeding te geven of niet; het is maar net welke kant het kwartje opvalt. Het handjevol vrouwen dat vanaf de geboorte bewust ervoor kiest geen borstvoeding te geven, dáár ligt het probleem ook helemaal niet. Ik neem tenminste aan dat zij zelfbewust genoeg zijn om achter hun (bewuste) keuze te staan. En ook ligt het probleem niet bij de groep die om medische redenen geen borstvoeding kan of wil geven. Het probleem ligt bij de grootste groep die hard heeft moeten knokken en er soms wel en soms niet in slaagt om borstvoeding te geven. De moeders die zich schuldig, verdrietig of terecht zeer boos voelen omdat het niet gelukt is wat ze zó graag wilden, of omdat ze zolang alleen hebben moeten doormodderen.

Borst of fles, moeder- of poedermelk. Het is appels met peren vergelijken

Maar in plaats van te vechten voor échte keuzevrijheid, door onder ogen te zien dat het niet normaal is dat een grote groep vrouwen een doodnormale lichaamsfunctie niet kan uitoefenen, blijft het debat steken in gebekvecht tussen moeders onderling. Zoals Caitlin Moran schrijft in haar boek ‘How to be a woman’: je weet dat je een maatschappelijk, vrouwonvriendelijk issue te pakken hebt als het alleen vrouwen betreft. Nou voilà, hier heb je er een: wanneer komt borstvoeding nu eens echt op die feministische agenda?

Appels met peren

Maar je hoeft er geen boek over te lezen: laat er gewoon logica op los. Elke andere lichaamsfunctie die hapert of weigert, daarvan zouden we het wel uit ons hoofd halen om een vrouw onder druk te zetten. We zouden haar inzet, tijd en moeite niet bagatelliseren. En dat zou ook moeten gelden voor borstvoeding: we zouden vrouwen 100% moeten steunen in die keuze en die keuze eindeloos faciliteren. Juist ook als het niet allemaal lang-leve-de-lol is. En wanneer het dan niet lukt, dan is het aan succesvolle borstvoeders om met compassie met deze groep om te gaan.

Daarnaast is het onze taak om solidair te zijn met degenen die gedwongen op de fles zijn over gestapt door het probleem te leggen waar het hoort: namelijk bij die falende zorgverlener, bij een maatschappij die nog steeds vindt dat je borstvoeding uit het zicht en op een vieze wc moet geven, bij die werkgever die weigert je een af te sluiten ruimte te bieden, bij je collega’s die vinden dat je je pauze maar moet opofferen om te kolven, bij de media die dat ene woord maar blijven rondbazuinen en daarmee elk debat om zeep helpen. En vooral ook bij de politiek, die er geen gat in ziet om borstvoeding actief te ondersteunen.

Borst of fles, moeder- of poedermelk: het is appels met peren vergelijken. Het een is een product uit een fabriek, gekocht in een winkel. Het andere is onderdeel van het functioneren van een vrouwenlichaam en het gevolg van zwanger zijn. En juist om die reden moeten we vechten voor het verbeteren van de omstandigheden van nieuwe moeders, omdat niemand een excuus nodig zou moeten hebben om ondersteuning te krijgen bij het uitoefenen van een lichaamsfunctie. Maar zolang we het acceptabel vinden dat een groot deel van alle vrouwen met pijn, verdriet en schuldgevoel worstelen na het krijgen van hun kind, als we blijven beweren dat dit een inherent probleem van borstvoeding geven zelf is, in plaats van een gebrek aan maatschappelijke en medische steun, dan is er van échte keuzevrijheid geen enkele sprake.

 

 

 

 


Gabriëlle Jurriaans
Ooit ben ik begonnen als jeugdhulpverlener, maar heb me de laatste jaren helemaal op het schrijven gericht. Ik schreef eerder stukken over opvoeding voor onder andere NRC Next, De Groene, Vonk/ Volkskrant en voor verschillende tijdschriften en websites. Momenteel werk ik aan een boek en wil ik nieuwe projecten ontwikkelen, met name op het gebed van internetjournalistiek. Ik geniet erg van mijn twee 'knurften' waar ik elke dag van leer.