Naar de pagina-inhoud

Onvoorwaardelijk ouderschap buiten de deur: hoe pak je dat aan?



Geduldig vragen stellen aan je kind, zoeken naar win-win oplossingen, je niet al te druk maken om het gedrag van je kind; onvoorwaardelijk opvoeden kan buiten de deur best een kluif zijn. Hoe ga je om met je eigen ongemak en schaamte bij opa en oma, in de supermarkt of op de jaarlijkse buurtbarbecue?

Het begon met een oliebol. Mijn bijna achtjarige oudste dochter – van het temperamentvolle, snel overprikkelde soort en gezegend met een stemvolume waar het nationaal luchtalarm een puntje aan kan zuigen – wilde heel graag een kleffe, net gebakken oliebol. We waren met de hele familie van mijn man een weekje weg, en in een vlaag van tijdelijke verstandsverbijstering leek een museumbezoek een puik plan. Met een kleine baby in de draagdoek en ook nog een kleuter, tegen het einde van de middag.

Vieze neuspeutervingers

Achteraf hadden we ‘m aan kunnen zien komen. Alle andere kinderen in het museum leken minstens drie octaven lager te praten en vele decibellen minder te produceren. Zij leken zowaar echt geïnteresseerd in de schilderijen. Met het zweet op mijn rug probeerden we er nog wat van te maken, maar mijn adrenalinelevels stegen met de minuut. Hoezo loslaten als dat betekent dat eeuwenoude kunst met vieze neuspeutervingers aangeraakt wordt? Wat nou de rust nemen voor het zoeken naar een oplossing als je van de tuut in je oren niet eens meer helder na kunt denken? Na een uur vergeefse pogingen van onze kant, lag de de kleuterdochter pontificaal op een bankje in de gang en was de ander non-stop aan het roepen dat ze honger had en de rest zo saaaaaiiii vond.

De verleiding was zó groot om de machtskaart te trekken, haar aan de arm mee de auto in te trekken en kláár. Godzijdank had haar vader nog een staartje geduld over.

Ontploft kind

En toen was daar dus die oliebollenkraam. Hoe, wat en waarom weet ik niet eens meer precies – maar zij wilde iets dat ik niet wilde, en andersom. Haar toon, het volume, het hele gedoe – alles stond me tegen en ik was tot niets redelijks meer in staat. Ik voelde de ogen van omstanders onze kant op priemen. Ik was moe. Mijn dochter ontplofte. Niet een beetje, maar zodanig dat ik er zelfs een beetje bang van werd. De verleiding was zó groot om de machtskaart te trekken, haar aan de arm mee de auto in te trekken en kláár. Godzijdank had haar vader nog een staartje geduld over; hij nam haar liefdevol mee de situatie uit en gaf mij de kans een teug adem te nemen.

Kinderen lijken zich soms juist in het openbaar als draken te gedragen. Ze raken sneller overprikkeld en gestrest, gooien hun kont tegen de krib, gillen, schreeuwen en ruziën. Niet in het minst wordt dit gedrag veroorzaakt door onze eigen gevoeligheid; kinderen verzetten zich tegen de andere toon die je buiten de deur aanslaat, voelen het soms zelfs als ‘verraad’ als je zwicht voor de verleiding toch te ‘als-dan’en’ of andere voorwaardelijke trucs in te zetten. Hoe overtuigd we ook zijn en hoe graag we ook anders willen; oude gewoonten en gedachten over wat ‘hoort’ zitten diep, eenmaal buiten de deur zegt dat vileine stemmetje in ons hoofd toch dat we zo graag rustige, tevreden kinderen willen.

Tips

Onze gedachten nemen in dit soort situaties vaak een loopje met ons, want het is natuurlijk klinkklare onzin dat andere kinderen zich wel zouden gedragen óf dat andere ouders je veroordelen; elk kind heeft zo zijn ‘momenten’, elke ouder slaat soms door. Het goede nieuws is: je kunt best wat doen om dit te voorkomen en zo jezelf én je kind(eren) een handje te helpen:

1. Zorg voor primaire behoeften
Neem geen moe, hongerig kind mee de deur uit. Neem snacks mee als je gaat reizen of ergens op bezoek gaat. Pas je schema aan op eventuele middagdutjes van een kind en laat hem of haar nog een paar rondjes rennen voordat je op familiebezoek gaat.
2. Bereid je kind voor
Zelfs aan een baby kun je vertellen wat het plan is. Beschrijf wat je gaat doen en wat je van je kind verwacht, maak afspraken. “We gaan zo naar oma; die vindt het vervelend als er hard geschreeuwd wordt. Het zou fijn zijn als je daar rekening mee houdt.” Of: “Ik heb geen idee of het museum leuk is. Zullen we afspreken dat als een van ons er geen bal meer aan vindt, we dat tegen elkaar vertellen en we dan weer naar huis gaan?”
3. Blijf beschikbaar voor je kind
Kinderen die ‘los’ gaan in het openbaar, vragen vaak om aandacht. Aandacht die wij op dat moment niet geven, omdat we druk zijn met andere volwassenen. Ze voelen zich onzeker en zoeken bevestiging. Het lijkt een paradox, maar hoe meer we in contact blijven, hoe minder contact zij nodig hebben. Maak af en toe oogcontact met je kind op een feestje, loop eens naar hem toe met wat lekkers, of geef gerichte aandacht als zij iets wil laten zien.
4. Betrek je kind
Geef je kind een taak in de supermarkt (“Zoek jij de bananen?”), laat hem een eigen boodschappenlijstje maken of betalen bij de kassa.
5. Negeer de behoeften van je kind niet
Als we nerveus worden van het gedrag van onze kinderen, is het verleidelijk om te gaan sussen: “We zijn bijna klaar, nog een paar minuten geduld”… maar dat is simpelweg een té grote opgave voor een klein kind. In plaats van een versnelling hoger te gaan, kun je beter afremmen. Neem even tijd voor je kind, doe een kort spelletje, knuffel haar of doe even een gek dansje. Een kleine interventie is vaak al genoeg om een kind weer vrolijk te maken.
6. Empathie
In plaats van meteen een probleem op te lossen, de ‘redder’ te spelen, is het effectiever om actief te luisteren. “Je bent écht boos zie ik, wat is er aan de hand? Ben je verdrietig om wat je broer net zei? Oh, dat klinkt inderdaad als een probleem.” Door het erkennen van zijn emoties, neem je je kind serieus en stimuleer je hem om zelf oplossingen te verzinnen.

Ga niet uit van oordelen van anderen, maar van steun.

7. Blijf rustig
Je hoeft je nooit te schamen voor het gedrag van je kind. Een kind is een kind – klaar. Het enige waar je je achteraf wél voor kunt schamen, is als je reactie niet in lijn is met de ouder die je wilt zijn. Geen enkele ouder wil schreeuwen of dreigen, dus als je die bui voelt hangen: stop. Ook al lijkt het soms alsof je in de greep bent van oncontroleerbare krachten: stop. Neem pauze, adem in, zeg wat je tegen jezelf zeggen moet om te kalmeren.
8. Wat te zeggen tegen omstanders?
Negeren van al dan niet goed bedoelde adviezen en commentaren van omstanders is in 99,9% van de gevallen het slimst. Soms is het prettig om met jezelf vooraf een reactie te ‘oefenen’ voor het geval je (schoon)moeder , buurvrouw of andere ouders zich geroepen voelen zich met jouw kind te bemoeien. Bijvoorbeeld: “Het is oké, we hebben gewoon even tijd nodig samen.” Of: “We lossen dit op onze eigen manier op.”
9. Neem verantwoordelijkheid voor je eigen kind
Als je kind zit te schreeuwen in het vliegtuig, is het niet meer dan normaal dat je wilt dat dit stopt. Ja, de andere passagiers hebben het recht op een vlucht zonder loeiende lawaaipapegaai in hun midden, maar als je je aandacht daar op richt, kun je niet tegelijkertijd aandacht hebben voor het probleem van je kind. Wat de reden ook is dat hij gilt, de kans is dan vrij groot dat hij blijft gillen. Het zal de andere passagiers echt niet boeien hóe je je kind opvoedt, als ze maar een rustige vlucht hebben. Kies dus voor je kind, dan wint iedereen.
10. Veronderstel steun
(Bijna) iedereen wéét dat kinderen onvoorspelbaar en onredelijk zijn. Ga niet uit van oordelen van anderen, maar van steun. Maak eens oogcontact met die andere moeder in de supermarkt en zeg: “We hebben een moeilijke dag”. Wedden dat ze iets liefs zegt?

Troost

De tien ‘geboden’, ik heb ze die bewuste middag allemaal geschonden. Eenmaal thuis (zonder oliebollen) hield de driftbui van mijn dochter nog zeker een half uur aan. Ik ging naast haar zitten en zat de storm uit. Ze zat met haar rug naar me toe, draaide zich af en toe alleen om om iets tegen me te schreeuwen. ‘Ik wil je graag troosten’, zei ik uiteindelijk, ‘Laat je het me weten als je daar klaar voor bent? Bijna onzichtbaar schoof ze steeds een stukje dichterbij. Uiteindelijk leunde ze met haar hoofd tegen mijn schouders. ‘We hebben er mooi een potje van gemaakt samen, hè?, zei ik zachtjes. ‘Vooral jij’, antwoordde zij resoluut. ‘Ja, liefje, vooral ik’.

Verder lezen
14 tips for parenting in public


Annemiek Verbeek
Vindt van alles over van alles, maar schrijft als freelance journalist vooral over opvoeding, onderwijs en (geboorte)zorg. Probeert her en der ook wat in de praktijk te brengen op/met twee schoolgaande dochters van 10 en bijna 8 en een heerlijke peuter van 3.


    Wat heerlijk dat ik niet de enige ben met zo’n kindje.
    Ik merk vaak dat ikzelf al op mijn tenen loop voordat er überhaupt iets gebeurt.

    Reageer op deze reactie

    Ik krijg kippenvel bij het lezen van jou artikel. Ik herken veel in de druk die ik ineens voel als er anderen bij zijn en hoe mijn zoontje dan juist niet ‘wenselijk gedrag’ lijkt te vertonen. De tips lijken zo logisch, maar verlies ik helemaal uit het oog als m’n innerlijke criticus aan het roer staat. Het laatste stukje vind ik erg inspirerend, het voelt heel gelijkwaardig om naast je kindje te gaan zitten, er voor haar te zijn en je eigen menselijke ‘fout’ toe te geven. Heel liefdevol.

    Reageer op deze reactie

*