Naar de pagina-inhoud

Laten huilen van je baby heeft een prijs


  • 7 tot 8 minuten
  • 1.488 woorden
  • Thomas

Het laten huilen zou een goede methode zijn om baby’s een slaapritme aan te leren, net als het negeren van oudere kinderen tijdens de nacht. Is dit advies, dat veel ouders van onder op het consultatiebureau te horen krijgen, ‘geïnstitutionaliseerde kindermishandeling’? Ja, zegt Marianne Vanderveen-Kolkena. Huilen is ongewenst, dus negeren we het, dus houdt het op. Ja. Het houdt op. Maar tegen welke prijs?

Scherpe kritiek

De concept JGZ-richtlijn Gezonde slaap en Slaapproblemen pleit ervoor om baby’s en jonge kinderen met ‘slaapproblemen’ via zogenaamde ‘slaaphygiëne’ en extinctie-technieken andere slaapgewoontes te leren. Deze grote woorden betekenen in gewonemensentaal: rust en regelmaat, gecombineerd met laten huilen, en ‘drammen’ negeren. Drammen is niet mijn woord, dat komt uit de JGZ-richtlijn en geeft mooi aan welke kindvisie er schuilt achter de adviezen: één met gebrek aan empathie voor kinderen.

Uit de richtlijn: ‘Bij extinctie (uitdoven) legt de ouder het kind in bed op een vooraf vastgestelde bedtijd, waarna het kind geen extra aandacht krijgt tot een afgesproken tijd in de ochtend (alhoewel ouders wel altijd blijven controleren op ziekte of verwondingen bij het kind). Vooraf wordt het kind altijd verteld dat de ouder niet zal komen als het kind roept of schreeuwt.’ En: ‘Ouders dienen het huilen van hun kind, wanneer zij met een gedragsveranderingsprogramma bezig zijn, iedere avond te negeren, hoe lang het huilen ook duurt.’.

Met alle kennis die inmiddels bestaat over het belang van responsieve zorg is dit niet anders op te vatten dan oproep tot verwaarlozing. Ik sta daarom vierkant achter de woorden van Marianne Vanderveen-Kolkena IBCLC. Zij schreef een doorvoelde én onderbouwde reactie: ‘Empathische sensitiviteit: pijler onder de mensheid, Over de noodzaak van sensitief ouderschap en ethisch verantwoord beleid in de gezondheidszorg’. Zij noemt hierin aanbevelingen uit de conceptrichtlijn ‘geïnstitutionaliseerde mishandeling’. Zij concludeert: ‘Aangezien de fundamenten voor een stabiele volwassen persoonlijkheid en constructief burgerschap in de kindertijd worden gelegd, is het aanmoedigen van ouders tot insensitiviteit zoals die in de concept-richtlijn naar voren komt, een kwestie van schade berokkenen. ‘

Als je wanhopig bent probeer je alles?

De conceptrichtlijn gaat ervan uit dat er slaapproblemen zijn als ouders deze ervaren. Nu ben ik er helemaal voor om ouders serieus te nemen, maar ouders krijgen te maken met een lawine aan onzininformatie rond slaap en baby’s. In de paper ‘En, slaapt hij al door? – Nachtvoedingen, fysiologisch, en ook sociologisch?‘ omschrijft Femke van Roozendaal-Hendrikx treffend de botsing tussen culturele verwachtingen, en de biologie van een mensenbaby. De richtlijn gaat hieraan volledig voorbij, en mist zo een kans om ouders te helpen. Ouders hebben immers informatie nodig om beslissingen te kunnen nemen waar ze achter staan.

Met alle kennis die inmiddels bestaat over het belang van responsieve zorg is dit niet anders op te vatten dan oproep tot verwaarlozing.

Respect voor ouders ontbreekt volledig in het stuk waar de extinctietechnieken worden uitgelegd. Er wordt steeds opnieuw benoemd dat ouders het vaak moeilijk hebben met de aanpak, dat ze het niet aan kunnen horen hoe hun geliefde kind huilt, krijst en om hen roept. In plaats van in overweging te nemen dat er een reden is dat ouders dit zo voelen, lijken ouders bijna een obstakel in de aanpak die in de ogen van de opstellers van de richtlijn de ‘juiste’ is.

Ouderschap is niet altijd makkelijk. Van oudsher hadden we een ‘stam’, een groep ervaren mensen om ons heen die verse ouders helpt bij de omschakeling naar de zorg voor een intens afhankelijk wezen. Nu halen veel ouders hun informatie bij zorgverleners, en die hebben daarom de plicht om te zorgen dat hun informatie klopt en minimaal geen schade doet. En toch komt er dan opnieuw een richtlijn uit die de bulk aan wetenschappelijke informatie rondom baby’s, zorg, en hechting negeert.

Wetenschappelijk?

De makers van de richtlijn pretenderen een wetenschappelijk onderbouwd advies te geven. De richtlijn wordt gemaakt in samenwerking met TNO, en dat klinkt inderdaad heel wetenschappelijk. Bij nadere beschouwing blijken de TNO-medewerkers echter degenen te zijn die eerder verantwoordelijk waren voor de beruchte ‘richtlijn excessief huilen‘, die destijds is bekritiseerd door een leger van psychologen en lactatiekundigen. De richtlijn excessief huilen, die deels is bijgesteld, lijkt nu via de achterdeur weer opnieuw ingevoerd te gaan worden.

De voornaamste kritiek destijds was het effect op het hechtingsproces van het alleen in een bedje laten huilen van een baby. De ‘richtlijn excessief huilen’ keek vanuit een puur behavioristische blik naar het huilen van een baby. Behaviorisme is een stroming die kijkt naar het gedrag van mens en dier, en zoekt naar manieren om gedrag te manipuleren. Behaviorisme kijkt dus alleen naar de buitenkant, niet naar wat er in een mens omgaat. De vroege Behavioristen dachten zelfs dat je voor proeven net zo goed een duif als een chimpansee kon gebruiken, want wat je er in stopt aan prikkels, komt er uit in gedrag: het black box principe. Een gedrag heeft een prettig effect, of een onprettig effect, of geen effect. Als gedrag een prettig effect heeft, herhaal je het, als het niet fijn is of geen effect sorteert, stop je ermee. Ergo, de mens verklaard.

Baby’s worden volgens dit principe genegeerd bij ‘ongewenst gedrag’. Huilen is ongewenst, dus negeren we het, dus houdt het op. Ja. Het houdt op. Tenminste, bij een deel van de kinderen, tijdelijk; tot een  doorkomende kies of virus. Maar tegen welke prijs?

Veilige hechting is van levensbelang

Een baby hecht zich altijd aan zijn verzorgers. Een baby kan immers nog niet voor zichzelf zorgen, dus heeft zijn ouders en verzorgers nodig om te overleven. Er zijn verschillende hechtingsstijlen, die effect hebben op hoe een kind (en later als volwassene) relaties aangaat, hoe hij mensen benadert, en hoe hij omgaat met stress. Als een kind veilig gehecht is, is het sneller gekalmeerd bij stress en kan later een stabiele, wederkerige relatie met anderen aangaan. Een onveilige hechting daarentegen wordt gekenmerkt door angst, en kan problemen geven met relaties en bij de verwerking van stress. In Nederland is naar schatting 30-40 procent van de kinderen onveilig gehecht.

Op de website van het NJI (Nederlands Jeugd Instituut): ‘Voor een veilige hechting is het van belang dat de opvoeder gevoelig is voor de signalen van het kind (bijvoorbeeld door het te troosten wanneer het huilt), de autonomie van het kind respecteert, en steun en structuur biedt.’. Dat een baby laten huilen tot hij het opgeeft (of een kind negeren tot de volgende ochtend) een veilige hechting in gevaar brengt, is dan ook geen grote denksprong. Een onderzoek van Higley&Dozier  bevestigt dat responsief nachtelijk ouderschap goed is voor het ontwikkelen van een veilige hechting.

Een baby is een minimens, met gevoelens en behoeften. En met hersens die enorm in de groei zijn. De ervaringen in het eerste en tweede levensjaar vormen het brein.De basis is gelegd, aanpassingen daarna zijn mogelijk, maar beperkt. Je kan het zien als een kast die je bouwt in de eerste jaren, en in de rest van je leven kan je hem anders invullen en misschien zelfs nog wat vertimmeren, maar een nieuwe kast maken gaat niet. Neurobioloog Carolina de Weerth stelt in haar inauguratie speech ‘What a baby needs’: ‘Eén ding is gebleken in de afgelopen jaren van onderzoek, en dat is dat onze tijd in de baarmoeder, en onze eerste levensjaren, een enorme impact kunnen hebben op ons later welzijn. Dit fenomeen heet ‘developmental programming’, ontwikkelingsprogrammering, omdat de effecten op ontwikkeling zo langdurig of zelfs blijvend zijn.’

De conceptrichtlijn Gezonde slaap en Slaapproblemen probeert de claims van schadelijkheid te weerleggen met één slecht uitgevoerde studie waar geen negatief effect werd gevonden bij vijfjarigen.

Mechanische kijk

Oké, dus de bulk van de wetenschap, teveel onderzoek en namen om in dit artikel te noemen (maar lees vooral de paper van Marianne Vanderveen) geeft aan dat laten huilen schadelijk is,  dat de hersens-in-de-groei overspoeld worden met cortisol bij slaaptraining, en dat voor een veilige hechting het van fundamenteel belang is dat een kind sensitief verzorgd wordt en er wordt gereageerd op zijn noden.

Maar eerlijk, diep in ons hart wisten we dat toch al? Niets is zo hartverscheurend als een huilende baby. Dat ouders die op hun tandvlees lopen grijpen naar een techniek als slaaptraining is nog wel te begrijpen (en zelfs dan haken velen af), maar van zorgverleners mag je verwachten dat ze de belangen van de baby voorop hebben staan in hun adviezen. De mechanische kijk op baby’s en kinderen die uit deze conceptrichtlijn spreekt is problematisch. De richtlijn zoals deze nu is roept zorgverleners op schadelijke adviezen uit te delen. Geïnstitutionaliseerde kindermishandeling inderdaad.

 

 


Linda Rikkers
Begon haar loopbaan als Creatief Therapeut en communicatietrainer. Ontdekte bij BOVA borstvoedingsmagazine haar liefde voor schrijven, is vaste blogger voor Dragen&Voeden en losse schrijver voor diverse ouderschapsmedia. Zij is babykenner met bijzondere belangstelling voor de link tussen hechting, hersenen en immuunsysteem. Start binnenkort met workshops en lezingen via Lindar, Creatief Ouderschap. Leerde misschien nog wel meer van haar drie kinderen dan zij van haar.