Naar de pagina-inhoud

Grenzen, van handhaving tot samenwerking



Kinderen hebben grenzen nodig. Ze bieden duidelijkheid en leren kinderen rekening houden met anderen. Dat klinkt logisch, nietwaar? Maar ben je als ouder vooral politie-agent, of kan het beter en gezelliger dan dat?

Niet alle grenzen zijn gelijk

Er zijn veel verschillende grenzen en die hebben allemaal een wat andere aanpak nodig. Als ouder kun je jezelf de vraag stellen: wat wil je bereiken met het stellen van een grens? Het is handig om hier over na te denken voordat je ergens ‘nee’ op plakt. Allereerst wil je natuurlijk dat je kind veilig en gezond blijft. Ook zijn er in elk gezin een aantal spelregels, die bedoeld zijn om het leefbaar en liefst ook een beetje gezellig te houden voor iedereen. Op korte termijn wil je dat je kind stopt met op het hoofd van zijn broertje te timmerent, en dat je kind meewerkt met aankleden.

Als je Supernanny mag geloven is het belangrijk duidelijk te maken wie de baas is in huis. De meeste grenzen worden opgelegd om te benadrukken dat kinderen horen te luisteren naar hun ouders. Maar als je nadenkt over je langetermijndoelen, is gehoorzaamheid dan een nuttige eigenschap? Of wil je dat je kind leert nadenken over het effect van wat hij doet? Als gehoorzame volwassene vermijd je te hard rijden omdat je bang bent voor de consequenties voor jezelf: een boete. Maar eerlijk gezegd rijd ik liever mee met een verantwoordelijke, zelfdenkende volwassene. Een sociale weggebruiker, die een ander niet wil schaden. Je zult misschien denken: in de grotemensenwereld zijn ook regels en als je die overtreedt zul je daar voor boeten. Dat klopt, áls je tenminste die uiterste grens opzoekt. Maar wil je kinderen die dat doen? Nee toch, het is toch fijner en prettiger en vooral gezelliger als kinderen goed in hun vel zitten en graag positief bijdragen aan de sfeer?

Als je wenst dat je kind opgroeit tot invoelend persoon dan is het handig als je kind hulp krijgt bij gevoelens van anderen inschatten. Je kan bijvoorbeeld verwoorden wat een speelkameraadje ervan vindt als zij geen playmobiel elfje krijgt om mee te spelen, en je kind pakt er drie voor zichzelf. Om een verantwoordelijk, zelfstandig mens te worden is het belangrijk om te kunnen oefenen met gedrag. Blind regels opvolgen betekent dat een kind een kans mist om te leren wat het effect is van zijn handelen. Het is logischer om je kind te leren nadenken over het nut van regels en afspraken. En raad eens, dat zal je dan zelf ook moeten doen. Wees kritisch, kan je een grens goed uitleggen? Je zal zien: een grote regel-cleanout maakt het veel gezelliger in huis. En je houdt meteen energie over om aandacht te besteden aan de grenzen die er écht toe doen.

Natuurlijke grenzen

Alles wat je doet heeft een gevolg. Als je je teen stoot, doet het pijn. Als je een stuk komkommer laat vallen, dan komt het op de grond terecht. Dat zijn natuurlijke grenzen. Dit soort grenzen testen kinderen zelf uit. Daar zijn we als ouder niet altijd blij mee: wéér een plakkende tafel omdat een kind heeft geëxperimenteerd met het overgieten van vloeistoffen (appelsap!) van de ene in de andere beker.

Uiteraard zijn er gevaren waar je een kind tegen in bescherming neemt, je wil niet dat een kind die drukke weg oploopt of die pan kokend water van het vuur aftrekt. Hiervoor zal je als ouder desnoods je beschermende macht inzetten: ook een niet-meewerkend kind gaat in de gordel. Bij veel natuurlijke grenzen is echter het heel nuttig als je kind kan oefenen met oorzaak en gevolg. Dan is het zinvol om niet blindweg te verbieden, maar te zoeken naar een win-win oplossing. Bijvoorbeeld: knoeien met water leert kinderen over zwaartekracht, en oefent oog- hand coördinatie. Natuurlijk hoeft dit niet met sap over je nieuwe salontafel, maar wie weet heb je ruimte in de keuken voor een watertafel, of kan je kind in bad of buiten met water (en zand! Nog leuker) spelen. Macht gebruiken in deze situaties is niet alleen ongezellig en onnodig, verbieden ontneemt je kind ook belangrijke leermomenten.

Persoonlijke grenzen

Dat de tafel plakt als gevolg van een appelsapexperiment is een natuurlijke grens, dat je ervan baalt alweer met een nat lapje aan de slag te moeten is een persoonlijke grens. Gedrag heeft effect op de mensen om je heen. Ik ben niet blij met gegil in huis als ik eten sta te koken, bijvoorbeeld. Persoonlijke grenzen wil niets anders zeggen dan: ik heb last van wat jij doet.

Persoonlijke grenzen zijn voor kinderen belangrijke grenzen, misschien wel het belangrijkst in de opvoeding. Als meer mensen bij elkaar zijn, dan moet je een beetje rekening houden met elkaar. Samenleven begint met elkaar begrijpen. Uitleg kan je kind helpen te snappen welk effect zijn gedrag op anderen heeft. Als je kind haar zusje op het hoofd timmert met een blokje kan je haar leren dat het ‘niet mag’, maar je kan de kans ook grijpen om uitleg te geven dat het pijn doet. Ook kan je samen bedenken hoe je het weer goed kunt maken. Dit stimuleert haar invoelingsvermogen meer dan welke regel-met-consequentie ook.

En dit werkt twee kanten op: ik kan mijn kinderen vragen rekening te houden met mij, maar ik kan ook het goede voorbeeld geven door rekening te houden met hen. Een voorbeeld: mijn dochters wonnen een blokfluit op de kermis, en zij vinden het heerlijk om in tweestemmig schel gefluit door de kamer te marcheren. Geniet ik van hun concert? Niet echt. Maar ik geniet wél van hun plezier, dus stel ik mijn grens een beetje bij en laat ze lekker fluiten.

Samenwerking

Als je kritisch kijkt naar grenzen en regels in huis, zullen er een paar overblijven die je echt belangrijk vindt. Je zult zien, dat dit eerder ‘waarden’ zullen zijn dan harde grenzen. Bijvoorbeeld: we doen elkaar geen pijn, iedereen draagt (naar kunnen) een steentje bij om het huis netjes te houden. Vanuit die waarden zal je vanzelf anders omgaan met grenzen. Zand in huis is geen overtreding, maar rommel die je samen kunt opruimen. Een peuter met een driftbui zal je niet snel ruw op de trap zetten (‘we doen elkaar geen pijn’), maar helpen zijn overweldigende gevoelens te verwerken. Je denkt kortom vanuit oplossingen en samenwerking.

Nu zal je misschien vragen: ‘maar wat moet ik dan doen als ik mijn kind vraag mee te helpen, en hij/ zij doet het toch niet?’. Onvoorwaardelijk ouderschap is niet een andere manier om je kind toch te laten doen wat jij wilt: ‘nee’ is ook een antwoord. Betekent dit dat je voor altijd de troep achter je kind zult opruimen? Nee, zeker niet. En een strenge aanpak betekent óók niet dat een kind altijd braaf doet wat je zegt. Kinderen blijken beter te luisteren naar hun moeder als zij hen vriendelijk benadert. Gewoon zelf beginnen met opruimen, of er een spelletje van maken werkt uitnodigend. Laten zien hoe fijn het is als je niet struikelt over de plastic vliegtuigjes. En helpt je kind vandaag niet, dan misschien morgen wel. Uit zichzelf.

Is dit soft? Welnee. De wereld zit vol grenzen, aan jou de taak om je kind te helpen hiermee om te gaan. Het is onvermijdelijk dat je kind tegen een aantal grenzen zal aanlopen. Het vergt een beetje omdenken, maar eigenlijk is dit een kans! Ruzie om een stuk speelgoed wordt onder jouw begeleiding een oefening in oplossingen vinden en meedenken met de ander. Dit lijkt misschien meer werk dan afkappen, maar het is eigenlijk een investering. Je leert je kinderen hoe ze het wél kunnen aanpakken, in plaats van hen alleen te zeggen wat ze níet mogen.


Linda Rikkers
Begon haar loopbaan als Creatief Therapeut en communicatietrainer. Ontdekte bij BOVA borstvoedingsmagazine haar liefde voor schrijven, is vaste blogger voor Dragen&Voeden en losse schrijver voor diverse ouderschapsmedia. Zij is babykenner met bijzondere belangstelling voor de link tussen hechting, hersenen en immuunsysteem. Start binnenkort met workshops en lezingen via Lindar, Creatief Ouderschap. Leerde misschien nog wel meer van haar drie kinderen dan zij van haar.


    Maar wat met een kind die nooit helpt bij en vriendelijk verzoek. Die zijn schouders ophaalt als je uitlegt dat hij iemand verdrietig maakt, pijn doet,… Die altijd het meeste, het grootste, het eerste wil. Weigert zijn speelgoed te delen,… Na een half jaar steeds uitleggen welke gevolgen zijn gedrag heeft op de mensen rondom hem en daarbij steeds op een gevoelloze muur te botsen, begin ik de moed een beetje te verliezen…

    Reageer op deze reactie

    Linda Rikkers

    Och dat klinkt moeilijk Lies. Hoe oud is hij? Een bepaalde hoeveelheid egocentrisme hoor er wel bij, er is altijd die balans tussen zorgen voor jezelf en zorgen voor elkaar. Maar je wil natuurlijk wel graag het gevoel hebben dat het in balans is (of gaat komen). Wat me raakt in je bericht is dat je schrijft dat je hem naar je gevoel niet weet te bereiken. Ik weet niet of dat altijd zo is, of alleen op conflictmomenten, maar als je streeft naar verbinding en empathie is het gewoon rot als dat niet lijkt te lukken. Wat ik zelf altijd heel lastig heb gevonden is dat je binnen onze maatschappij vaak een beetje een vreemde eend in de bijt bent met de OO aanpak. Dat gaat nog wel als het lekker loopt maar als je tegen iets aanloopt is het ineens een stuk lastiger. Ik heb veel gehad aan praten met gelijkgestemde ouders om te horen wat nu nog past op welke leeftijd (en hoezeer kinderen verschillen), mensen die meedenken hoe je om kunt gaan met een situatie (zonder met time-out adviezen enz te komen). Heb je een netwerk, evt online? Op facebook is een onvoorwaardelijk ouderschap groep bijvoorbeeld (er zijn er twee, onvoorwaardelijk ouderschap=OO, en onvoorwaardelijke ouders=geweldloze communicatie/Rosenberg+OO), en op het Dragen en Voeden forum is ook een Unconditional Parenting vragen-draadje.

    Reageer op deze reactie

    Precies! Het artikel is mijn inziens gebaseerd op een zeer vriendelijke en liefdevolle theorie, maar schrijft niks over kinderen die net als jouw kind het niet uit zichzelf gaan doen in de praktijk. En jouw kind is niet het enige. Een grens betekent niet lief de hele dag aan je kind vragen even te willen stoppen en dan maar wachten totdat hij dit over een aantal jaren zal gebeuren en ondertussen iedereen de hersenen in slaat.

    Uitleggen en gevoels benoemen is altijd goed, evenals alternatief /watertafel aanbieden (in geval er met limonade en koffie wordt gespeeld etc. Maar dat zijn geen grenzen aangeven als je kind dan vervolgens ook nog steeds met drinken knoeit. En ja, dat doen kinderen, zeker als ze doorkrijgen dat mama toch niks doet en je dus ongestoord kunt doen waar je zin in hebt.

    Als hier kleinere zusje grotere zus fysiek te lijf ging en er na uitleg, benoemen van gevoelens en alternatieven aanbieden toch werd door gegaan dan zette ik haar in de kinderstoel en later de gang. Gewoon omdat we de ander niet pijn doen.

    We moeten niet zo spastisch doen over grenzen, slaan volledig door naar het veel te softe inderdaad.

    Altijd in communicatie blijven met je kind en voordoen, maar OOK liefdevol begrenzen.

    Reageer op deze reactie


    Dag Loes, klinkt heel heftig en ook heel herkenbaar. Ik schets kort inze situatie, misschien geeft het je inzicht in een oplossingsrichting.

    Wij hebben de afgelopen weken een vergelijkbaar gedrag gezien bij onze zl. Tot het bijten van broerlief aantoe waarbij hij mij dan met stralende oogjes aankeek.

    Zl is ruim vier jaar, ging vanaf drie maanden naar kleinschalige kinderopvang. En sinds hij vier is naar de kleuterschool. Door verhuizing naar het buitenland en omstandigheden heeft hij voor het eerst in zijn leven zo’n tien weken zomervakantie gehad. Precies zo’n gedrag als jij beschrijft, Loes. Uitleggen hielp niet. Verbinding maken lukte niet. Het was uitzitten tot hij weer naar de kleuterschool kon.

    En inderdaad, hij gaat nu vier dagen naar een nieuwe kleuterschool, een heel anders dan hij gewend is, met kinderen en juffen die zijn taal niet spreken. Maar hij gaat! En het doet hem goed! En het doet ons goed!
    Vanavond hadden we een heerlijk moment, wij tweeën samen.

    Het heeft me enorm veel moeite gekost om de moed erin te houden.

    Ons lief manneke zat enorm te vechten tegen die wereld die hij even helemaal niet snapte. Hij ziet dat zelf nog niet in, laat staan dat hij het onder woorden kan brengen. Dus vechtte hij tegen alles wat hij tegenkwam.

    Tot hij zijn eigen plekje weer heeft. En klaar!

    Misschien is er ook in het leven van jouw zoon iets dat erg moeilijk voor hem is. Of vanuit verbindend communiceren gesproken: welke behoefte van hem wordt niet vervuld? En dan? Vechten of vluchten? In zijn geval vechten, zo hard hij maar kan. Tot hij gehoord wordt.

    Ik weet het natuurlijk ook niet. Maar misschien heb je er iets aan, een heel klein ietsepietsie beetje. Als is het maar hoop. Want het komt goed. Dat in ieder geval.

    @red: ik sorteer vast voor op het hoenderhok. Het verhaal van Loes raakte me zo dat ik ff off topic ging 😉

    Lieve groeten

    Reageer op deze reactie

*