Meteen naar de content
KROOST
Naar de pagina inhoud

“Uw zoon heeft mijn dochter geslagen.” Over het belang van goede communicatie.

Open communiceren is niet makkelijk, ondervond Katrien toen ze door een moeder op de kinderopvang nogal agressief bejegend werd over het gedrag van haar zoon. Maar ze loste het zo op dat alle lijntjes open konden blijven.

Dit artikel verscheen eerder op Aardig Leven en Borstvoeding Aardig.

“Mevrouw!” klinkt er luid als ik de speelzaal van de voor- en naschoolse kinderopvang binnen kom gewandeld.
Er beent een vrouw naar me toe van ongeveer mijn leeftijd en lengte. Als ze naast me staat, kijk ik in een hoekig gezicht, kort geblondeerd haar met een flinke uitgroei en grote groene ogen in een lichte zweem van make-up. Ik heb haar nooit eerder gezien.
Ze komt heel dicht bij me staan, net binnen wat ik als “mijn persoonlijke intieme cirkel” beschouw, maar dat ongemakkelijke gevoel negeer ik. “Hallo,” antwoord ik.

“Ja. Hallo. Uw zoon… Uw zoon heeft gisteren met een stok in mijn dochter haar buik geslagen.”
“Oei…” schrik ik.
“Ja, oei. Mijn dochter is zo hard geslagen dat ze niet meer naar hier wilde komen vanochtend. Ze bleef maar huilen en zeggen dat ze niet meer wilde gaan. Dat ze schrik had van die jongen. Vindt u dat normaal?!?”
Nog vooraleer ik daarop iets kan zeggen, vervolgt ze: “Mijn dochter is zo bang van uw zoon dat ze vanochtend klaagde over buikpijn… buikpijn uit schrik om die jongen weer tegen te komen.”

“Ehm… Dat is het eerste dat ik daarvan hoor…”
“Ja! Dat zal wel, dat dat het eerste is dat u daarvan hoort! Dat zal ie thuis wel niet spontaan komen vertellen, hè! Vindt u dat normaal dat uw zoon met stokken slaat?”
“…Nee… Dat vind ik niet normaal, nee.” Ik begrijp niet wat er aan de hand is. Ik heb net enkele minuten voordien een praatje gemaakt met de schooldirectrice en de juf van mijn zoon. Er is tijdens dat hele gesprek niets gezegd over een incident op school de dag voordien.

“Aha! U vindt dat niet normaal! En ik zal u nog iets zeggen… U gaat daar wat aan doen! Ik sta erop dat u daar wat aan doet! Ik verwacht van u dat dat nooit meer voorvalt! Dat mijn dochter niet meer bang hoeft te zijn om naar de voorschoolse opvang te moeten.”
Ik kijk haar aan zonder wat te zeggen.
“U begrijpt toch wel dat ik niet meer wil zien dat mijn dochter geslagen wordt door uw zoon? Dat dat niet door de beugel kan?”
“Ja, natuurlijk snap ik dat…” probeer ik te sussen, want ik mis nog steeds context en verhaal, maar de moeder blijft doordrammen: “Ik wil niet dat mijn dochter bang hoeft te zijn om tot hier te komen!”
“Nee, natuurlijk niet…”

Je counselingtraining, Kat, je counselingtraining… Wees professioneel. Probeer te achterhalen wat er aan de hand is.” klinkt een klein stemmetje in mijn hoofd.

“Dat begrijp ik, mevrouw… Wie is uw dochter eigenlijk??… Zit zij bij mijn zoon in de klas of zo?”
“Daar! Dat is mijn dochter!” Ze wijst naar een groepje basisschoolmeiden. De meisjes staan een beetje beduusd te draaien, netjes in een blauw-wit uniform.

Mijn zoon zit niet op een uniformschool. “Op welke school zit uw dochter, als ik vragen mag?”
“Mijn dochter zit op school x.”
“Ah, dus dan is het op de kinderopvang gebeurt en niet op school. Wacht even, ik ga mijn zoon er even bij halen.”
“Ja, haal uw zoon er maar bij! Maar als uw zoon oorlog zoekt met mijn dochter, dan heeft hij oorlog met mij! Met mij!! En ik kan u verzekeren, dat wil hij niet! Hij wil geen oorlog met mij!!” Ze kijkt me dreigend aan en doet nog een stapje dichterbij. Ze staat nu vlakbij, haar gezicht op minder dan tien centimeter van het mijne.

Ik hou niet van dit soort intimidatie. Ik buig me nog iets naar haar toe, totdat mijn schouder de hare raakt, en we bijna letterlijk neus tegen neus staan. Ze vertrekt geen spier. En ik zeg heel rustig, kalmer dan mijn knikkende knieën in een, gelukkig heel brede, hippiebroek, doen vermoeden: “Als u oorlog krijgt met mijn zoon, mevrouw, dan hebt u oorlog met mij.”

Ik had niet verwacht mijn counselingskills nodig te hebben bij het afhalen van mijn kinderen op school

De boodschap is aangekomen… Ze zwijgt heel even en gaat een stap naar achteren: “Ik wil met u geen oorlog, mevrouw.”
Van die gelegenheid maak ik gebruik om haar bemoedigend toe te knikken: “Ik met u ook niet… Ik ga mijn zoon even halen. Ik wil zijn verhaal horen. En ik zou het fijn vinden als u ook open zou willen staan voor zijn verhaal, elk gebeuren heeft namelijk een context, weet je, een achtergrond…”

En eerlijk, ik heb ook wat ademruimte nodig. Ik had niet verwacht mijn counselingskills nodig te hebben bij het afhalen van mijn kinderen op school… Normaal gezien is dit mijn ontspanningsmoment van de dag. Ik besef plots hoe moe ik eigenlijk ben, ondanks die tien uren slaap van de nacht voordien.

Die zoon van mij moet ik natuurlijk gaan zoeken… Die was al lang de plaat gepoetst, uit vrees de hel boven zijn hoofd te zien neerdalen. Mijn zoon is geen doetje, en ik kan me best voorstellen dat ie zich in de nesten gewerkt heeft de dag voordien, maar oordelen doe ik niet zonder ook zijn verhaal gehoord te hebben.

Ik vind hem bij zijn fiets, doodsbang. Hij wil onder geen enkel beding weer naar binnen. Ik begrijp hem wel. Na veel overreding krijg ik hem zo ver dat ie terug naar binnen gaat, samen met mij, om zijn versie van het gebeuren te vertellen.

Als we de speelzaal weer binnenkomen, lijkt de moeder van het uniformenmeisje nog steeds niet helemaal uitgeraasd. Deze keer tegen een opvoedster van de naschoolse kinderopvang. Ik ga naast haar staan, tussen de opvoedster en haar in, en leg voorzichtig een hand op haar schouder. Als ze me aankijkt, zeg ik zo rustig mogelijk: “Mevrouw, ik begrijp uw toon en volume niet helemaal. U komt nogal… *ik wuif met mijn andere hand* …agressief over. Ik word bang van u op deze manier… U kan ook gewoon rustig met mensen praten… en proberen op die manier dingen uit te praten. Ik begrijp namelijk nog steeds niet wat er precies gebeurd is. Daarom heb ik mijn zoon meegebracht. Dan kunnen we zijn versie van het verhaal horen…”

Mevrouw, u komt nogal agressief over…

Het uniformenmeisje komt erbij staan en begint zich bijna direct te verontschuldigen tegen mij, voor het gedrag van haar moeder en het effect dat dat had op mij. Dit dametje haar mensenkennis is blijkbaar groter dan dat van haar moeder… Ze verontschuldigt zich ook heel beleefd voor haar gedrag van de dag voordien en geeft toe dat ze mijn zoon in de speeltuin uitgedaagd heeft, samen met een aantal vriendinnetjes. Waarop mijn zoon, na wat doorvragen, schoorvoetend toegeeft dat ie te fel reageerde op het uitdagen, een stok gegrepen heeft en daarmee in het rond geslagen heeft. Beiden lijken spijt te hebben van het gebeuren, en vooral van de heisa die er nu om gemaakt wordt, en verontschuldigen zich ten opzichte van elkaar. Ik vind dat ze het best mooi oplossen met twee, dus na een stevige preek tegen mijn oudste wil ik het hierbij laten.

“Dat mijn zoon geslagen heeft, kan natuurlijk niet. Mijn excuses daarvoor,” zeg ik tegen de moeder in het naar buiten gaan, “ik begrijp dat u daardoor boos bent… Maar u beloven dat dat nooit meer opnieuw zal gebeuren, kan ik niet,” probeer ik uit te leggen, “Dat je niet mag slaan en conflicten moet uitpraten of uit de weg moet gaan is iets wat elk kind geleidelijk aan moet leren.” En mijn zoon heeft daar wat meer tijd voor nodig dan een ander, denk ik bij mezelf.

Dat je niet mag slaan en conflicten moet uitpraten is iets wat elk kind geleidelijk aan moet leren

“Als er gevochten moet worden… Mijn dochter kan goed vechten.” zegt de moeder plotseling weer.
Ik zucht. “Ik denk niet dat vechten de oplossing is,” repliceer ik laconiek. “En mijn zoon heeft…” ik fluister bijna onhoorbaar, zodat ze moet liplezen, “een gedragsprobleem, waaraan gewerkt wordt.”
“Ja, ik begrijp ondertussen ook uw situatie een beetje. Ze hebben het me binnen uitgelegd toen u uw zoon aan het zoeken was… Het moet niet makkelijk zijn als alleenstaande mama met drie kinderen. Respect voor de manier waarop u dat aanpakt. Ik ben blij dat ik op deze manier tot uw zoon doorgedrongen ben.”

“Ehm… Ik denk niet dat u tot mijn zoon doorgedrongen bent op deze manier…”
“Tja, hij heeft het in ieder geval begrepen… hoop ik.”
“Ik hoop het, ja.”
“En mijn excuses dat ik u even van stuk bracht daarnet door de manier waarop ik het aanbracht… Maar de meeste ouders…”
“Geen probleem. Maarreh, ik ben niet ‘de meeste ouders’, mevrouw…” …En ik betwijfel of andere ouders zoveel anders zijn dan ik, maar dat denk ik dan maar bij mezelf, zonder het hardop te uiten.

Ik vervolg: “Mevrouw, ik werk in de sociale sector. Ik counsel elke dag. En ik ben gewend om dingen, mensen en situaties vanuit meerdere standpunten te bekijken. Twee, drie, vier, desnoods vijf… En ik probeer om pas te oordelen als ik alle betrokken partijen gehoord heb… Als er nog eens iets dergelijks voorvalt, zou ik graag hebben dat u mij daarover opnieuw aanspreekt. Zodat we er over kunnen praten…”

Met de nadruk op dat laatste woord.

Dit artikel heeft 3 reacties:

  1. stefanie
    18 jun 2015, om 23:43

    Permalink

    awww, da’s een moeilijke…. wel goed opgelost. ook wel pijnlijk toen het op het einde even persoonlijk werd. hoedje af om kalm te blijven. hopelijk hoef ik het niet mee te maken.

  2. Marjan vd Brink
    2 jul 2015, om 22:34

    Permalink

    Mooi beschreven. Passende literatuur.
    Dank je wel.

  3. Elena
    7 sep 2016, om 14:59

    Permalink

    Ja is goed opgelost, maar heb t gevoel dat u vooral leuk vind om u zelf mooi in beeld te zetten, zou meisje echt geslagen zijn (niet Door uitdagen) dan zou ik absoluut zeggen dat haar moeder gelijk heeft en u ipv van uw zoon zich laten excuseren en moeder haar pijn en onrust stillen en beloven dat dat niet zal gebeuren, u staat te spelen en haast niet zich excuseren. Speciaal leuk als bvb een kind pest een andere en ouders van pestkop haasten niet om hun kind te stoppen en zich laten excuseren maar ze beoefenen moderne psychologische praktijken die zeggen nooit uw kind voor de ogen van anderen beoordelen want dit is vernederend; en feit dat die andere kind is gepest vernederd verdrietig en zijne ouders zijn kapot van onrust over hun kind dat telt niet mee.

We horen graag wat jij denkt!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*