Meteen naar de content
KROOST
Naar de pagina inhoud

Moeten we echt strenger zijn tegen kinderen? Liever niet!

Eens in de zoveel tijd komt er een politicus in het nieuws die oproept om ‘strenger’ te zijn. Of het nu om opvoeden of onderwijs gaat, de reflex is steeds hetzelfde: complexe problemen terugbrengen tot een simpele oproep tot strengheid. Maar is streng zijn wel de juiste oplossing?

Wat is het probleem?

Om te weten wat het antwoord is, moeten we de vraag eerst goed definiëren. In dit stuk roept staatssecretaris van onderwijs Sander Dekker op tot strengheid, om zo in de klas thema’s te behandelen die mogelijk moeilijk liggen bij met name allochtone leerlingen, zoals homoseksualiteit, vrijheid van meningsuiting en de Holocaust. Eerder, in 2009, kwam uit een enquete naar voren dat 80% van alle ouders ook een strengere leerkracht willen voor hun kind. En in 2013 deed minister Plasterk een soortgelijke oproep, maar dan aan ouders.

Plasterk deed zijn oproep naar aanleiding van een aantal nare incidenten in de openbare ruimte; Sander Dekker op zijn beurt doet zijn oproep na de aanslagen op het kantoor van de Parijse striptekenaars van Charlie Hebdo en de daaropvolgende discussies die losbarstten. Het lijkt erop alsof politici dit soort gebeurtenissen aangrijpen om zelf in het nieuws te komen met wat kort-door-de-bocht-retoriek.

Maar wat ís nu eigenlijk de vraag, van leerkrachten, van ambulancemedewerkers, van ouders? Zij willen weten hoe zij het gedrag van het kind in toom kunnen houden. Wanneer een kind zich moeilijk, opzichtig, of regelrecht gewelddadig gedraagt, is de roep om strengheid wel te begrijpen. Met de beperkte kennis en middelen die er zijn, is de reflex om het nare gedrag de kop in te drukken logisch.

Leer mij hoe ik zélf onderscheid kan maken tussen ‘goed’ en ‘slecht’

Maar dat is slechts symptoombestrijding, want wat is eigenlijk de hulpvraag van het kind dat zich slecht gedraagt? Misschien is dat: help mij omgaan met vrijheid. Of: help mij te leren omgaan met verschillen. Of: Leer mij hoe ik me in de openbare ruimte dien te gedragen. Of: Leer mij hoe ik zélf onderscheid kan maken tussen ‘goed’ en ‘slecht’.

Empathie

Die vragen komen neer op één wezenlijk gemis in de samenleving: namelijk van samenhang en empathie. Die samenhang in de maatschappij missen we. Sinds de ontzuiling zijn we niet alleen steeds meer los komen te staan van elkaar, maar is de openbare ruimte verworden tot een soort niemandsland. Niemand weet eigenlijk hoe je je daar hoort te gedragen en dus voelt niemand zich er verantwoordelijk voor. Hoewel de jeugdcriminaliteit al jaren afneemt, lijken we ons alleen maar onveiliger te voelen. En áls het wel mis gaat, dan is het geweld vaak buitensporig en extreem.

Die gebrekkige samenhang, daar zijn politici nu juist zelf sinds jaar en dag debet aan. De openbare ruimte zou met inzichten uit de sociologie een fijne, veilige plek kunnen zijn waar je anderen kunt ontmoeten. Juist het in aanraking komen met andere mensen, maakt dat de morele intuïtie van kinderen zich optimaal kan ontwikkelen.

‘Vadertje Staat’ is zo een wat verongelijkte oude zeurpiet geworden

IMG_6921a

Foto: Suzan Put

En laat de politiek daar nu juist géén antwoord op hebben. De afbraak van de verzorgingsstaat en de focus op resultaat en output – de voor-wat-hoort-wat-maatschappij – ingezet door diezelfde politici, heeft ervoor gezorgd dat het gevoel van vervreemding en onrust in de maatschappij alleen maar groter wordt. ‘Vadertje Staat’ is zo een wat verongelijkte oude zeurpiet geworden, met de hand op de knip en die af en toe wat bozigs bromt vanachter zijn krant. En ondertussen ligt de bal weer eens bij ouders en leerkrachten. Of die het grote probleem even willen oplossen door dat lastige gedrag flink in te perken.

Streng zijn is géén oplossing

Maar als het gebrek aan empathie het probleem is, het niet meer kunnen meevoelen met een ander, natuurlijk gezag niet aanvaarden of zelfs wantrouwen, niet weten hoe je je gedraagt, niet in staat zijn jezelf te reguleren, wat voor zin heeft ‘streng zijn’ dan? Is streng zijn niet alleen maar een beetje symptoombestrijding, terwijl het echte probleem niet aangepakt wordt?

In een artikel in Vonk / Volkskrant van 22 juni 2013 schreven journalist Annemiek Verbeek en ik daar al een uitgebreid verhaal over: “er [is] een subtiel, maar zeer dwingend verschil … tussen je sociaal gedragen en sociaal zijn. Door goed gedrag af te dwingen, leg je niet meer dan een laagje fineer over het kind, dat weinig zegt over of een kind een goed mens is.

Streng zijn is een tijdelijk lapmiddel

Streng zijn werkt in veel gevallen namelijk juist averechts: kinderen leren iets over het recht van de sterkste, maar zij zullen er niet als vanzelf empathische mensen van worden. Het is een tijdelijk lapmiddel, voor een probleem dat erom vraagt grondiger aangepakt te worden.

Niet roepen, maar doen

Kortom, die roep om strenger opvoeden of lesgeven lijken losse flodders, niet ingegeven door een grondige analyse van het probleem, maar door de verantwoordelijkheid als een hete aardappel snel in de handen van opvoeders en leerkrachten te gooien. En dat zijn nu juist de mensen die dag in, dag uit te maken hebben met de dagelijkse praktijk van omgaan met kinderen. Die weten dat er een hoop aan schort, maar ook ervaren dat de politici die zo’n grote mond hebben in de media, nu juist de mensen zijn die al jaren bezig zijn met een afbraakbeleid, dat erop gericht lijkt het hen alleen maar moeilijker te maken en het wantrouwen in elkaar alleen maar lijkt aan te wakkeren.

Inzetten op een echt sociaal beleid, met daden in plaats van woorden, dát is er nodig. Wij ouders willen dat de openbare ruimte weer veilig wordt voor onze kinderen. Wij willen de samenhang in onze buurten terug. Wij willen scholen met kleine klassen en betrokken, goed opgeleide leerkrachten. Juffen en meesters die tijd en ruimte hebben om samenhang in de klas te creëren, waar kinderen mogen oefenen met sociaal gedrag. En waar zij niet voortdurend afgerekend worden op resultaat. Bovenal willen we een maatschappij waar vriendelijkheid en behulpzaam zijn, geen uitzondering maar regel is.

En zolang politici daar niet actief aan meewerken, vind ik dat zij moeten stoppen met voor hun beurt praten en voorlopig maar even netjes hun mond moeten houden.

Daar ben ik dan héél streng in.

Dit artikel heeft 2 reacties:

  1. Ewan De Block
    26 jul 2015, om 17:47

    Permalink

    Allemaal zever in pakjes! Niet streng zijn!?!? Komaan zeg waar zijn jullie mee bezig! Wat als hun baas later de puntjes op de I zet om het eenvoudig te zeggen, of nog erger wat als ze zelf baas worden???? Schande op diegenen die strengheid verbannen uit hun leven, zo een belangrijk onderdeel van de opvoeding! Altijd? Absoluut niet! Maar laat ze ermee kennismaken in hun jonge leven of het geeft geheid trobbels later in hun leven, het maakt er immers deel van later!

    • Gabriëlle Jurriaans

      Gabriëlle Jurriaans
      29 jul 2015, om 18:15

      Permalink

      Dat daar moeilijkheden van komen, daar is dus geen enkel bewijs voor. Kinderen die in hun jeugd leren hoe te onderhandelen en samen te werken, zullen later die vaardigheden goed kunnen gebruiken op het werk. Dat ze daardoor geen autoriteit zouden kunnen verdragen, ook daar zijn geen aanwijzingen voor. Het zijn hardnekkige mythes in de opvoeding die maar steeds herhaald worden, maar bewijs daarvoor ontbreekt. Het is eerder omgekeerd: kinderen die te streng bejegend worden in hun kindertijd, kunnen daar vroeg of laat last van krijgen. ‘Niet streng zijn’ wil niet zeggen dat er geen regels zijn, maar dat er op een andere manier met die regels omgegaan wordt.

We horen graag wat jij denkt!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*