Meteen naar de content
KROOST
Naar de pagina inhoud

Opvoeden als een oermens

Vroeger was niet alles beter, maar één ding staat buiten kijf: onze voorouders waren steengoed in samenwerken. Empathie heeft ons gevormd tot de mens die wij nu zijn. Welke lessen over opvoeding kunnen wij leren uit het verleden?

Dit artikel verscheen eerder op Kiind Magazine.

Was vroeger alles beter?

Wat voor soort ouders de prehistorische mens was, dat weten we natuurlijk niet precies. Maar we weten wél dat empathie diep in menselijk gedrag ingebed ligt. Antropologe Sarah Blaffer Hrdy geeft een mooi voorbeeld: zet een stel chimpansees bij elkaar in een vliegtuig en binnen de kortste keren hebben ze slaande ruzie met elkaar. Zet een groep willekeurige mensen in het vliegtuig bij elkaar en iedereen blijft redelijk vriendelijk en beschaafd.

Het zou dus kunnen dat onze voorouders zo gericht waren op interactie en samenwerking, dat deze eigenschappen nog steeds bij ons aanwezig zijn. Mensen zijn groepsdieren, die onderling van elkaar afhankelijk zijn. Dat geldt des te meer voor kleine kinderen.

Rond de Middeleeuwen heerste het bijbelse idee van zondigheid: kinderen werden zondig geboren en moesten getuchtigd worden om er goede mensen van te maken. Tot het begin van de vorige eeuw werden kinderen bepaald niet zachtzinnig behandeld: ze werden uitgebuit, mishandeld en te werk gesteld. Volgens psycholoog Robin Grille geen wonder dat de vorige eeuw een van de gewelddadigste was uit onze geschiedenis. Volgens Grille heeft de manier waarop wij met onze kinderen omgaan, direct zijn weerslag op onze maatschappij als geheel. Wil je vriendelijke, zelfstandige kinderen die sociaal gedrag vertonen, dan zullen ouders en opvoeders die kinderen ook zo moeten behandelen. Sociologen voegen daar nog aan toe dat wat kinderen vooral nodig hebben een sterke, sociale omgeving is.

Het goede nieuws is dat onze jeugd het tegenwoordig op alle fronten best goed doet, blijkt uit onderzoek[ref]Trouw| De nieuwe dominees prediken het Verwende Kind syndroom| Mieke van Stigt[/ref]. Ze zijn gelukkig, doen het goed op school en – je zou het niet zeggen als je de media mag geloven – de jeugdcriminaliteitscijfers dalen al jaren gestaag. Ouders besteden meer tijd dan ooit aan hun kinderen. Aan de andere kant neemt de intensiteit van geweldsdelicten toe, zijn de cijfers voor kindermishandeling hoog en missen kinderen en opvoeders een breder sociaal verband en is het gezin erg geïsoleerd geraakt.

Het idee van het slechte kind

Interessant is dat het idee van ‘het slechte kind’ nog steeds bestaat. Veel opvoedmethodes en -technieken gaan uit van het idee van maakbaarheid. Een kind vertoont ‘ongewenst’ gedrag en dus moet je er als ouder en opvoeder een techniek op loslaten om dat probleem op te lossen. Vergelijk dat eens met jagers-verzamelaarsgroepen zoals de Hadza in Tanzania. Uit antropologische studies blijken zij amper hun kinderen te corrigeren. Tweejarigen die baldadig zijn en bijvoorbeeld met stokken naar anderen gooien worden lachend afgeweerd. De Hadza lijken het als gewoon onderdeel van een gezonde ontwikkeling te zien en zich totaal niet druk te maken of het kind dan wel met de juiste morele waarden op zal groeien. Zij gaan er gewoon vanuit dat een kind zich naar de groep zal voegen en de gebruiken en waarden van de groep zal gaan delen.

Foto: Valerie van Looveren

Foto: Valerie van Looveren

Hetzelfde zag Jean Liedloff tijdens haar verblijf bij de Yequana in het Amazonegebied. Kinderen leken te luisteren, mee te doen met de groep en driftbuien leken amper voor te komen. Kleine kinderen tot een jaar of twee, drie werden gedragen – door hun ouders of stamgenoten of oudere kinderen – en kregen volledige toegang tot borstvoeding. Daarnaast werd niet zo heel veel aandacht direct aan kinderen besteed: ouders gaan gewoon hun gang en het kind kan op die manier leren hoe de wereld in elkaar steekt. Vanaf de peuterleeftijd doen de kinderen mee met de stam, hanteren messen, helpen met koken of andere taken.

Kinderen zijn oermensjes in een ingewikkelde tijd

Maar wij in het Westen lijken niet zo te geloven in die aangeboren aanleg van kinderen om mee te willen doen.[ref]Trouw| Waarom is nee zeggen zo moeilijk? | Iris Pronk[/ref] ‘Laat niet over je heenlopen hoor!’ of ‘Mijn kind van tien maanden weet al dondersgoed wat wél en niet mag!’. Ouders lijken vrij negatief over het doen en laten van kinderen te denken. Zij zien het niet als normaal, onderzoekend gedrag, maar als irritant en opzettelijk stout zijn. En we moeten daar als ouders vooral wat aan doen, anders nemen ze een gigantisch loopje met je, is de teneur.

Wij denken dat kinderen willen dwarsliggen, dat drift- en huilbuien er nu eenmaal bij horen en dat als we maar A doen als kind gedrag B vertoont, het eindproduct vanzelf een C wordt.

Voorleven en samenwerking

Was opvoeden maar zo eenvoudig. Of eigenlijk: opvoeden ís redelijk eenvoudig, als je het idee van omvormen tot goed mens laat varen. Eigenlijk hoef je helemaal niet zo veel te doen: goed voorleven – betrouwbaar, redelijk en respectvol zijn naar je kind en andere mensen en laten zien hoe je conflicten uitspreekt – is in wezen genoeg. Daarbij is een sterke, sociale omgeving belangrijk: die buurvrouw waar je kind altijd even mag aanwippen, is goud waard. Net als dat buurthuis dat elke dag een inloop organiseert, of die leuke straat waar je kind bekend is.

Dus ja, sommige dingen waren vroeger inderdaad beter. We kunnen lering trekken uit de sterke onderlinge samenhang van onze voorouders én we kunnen blij zijn dat onze kinderen niet in de Middeleeuwen of tijdens de Industriële revolutie geboren zijn. We kunnen de goede dingen van vroeger combineren met alle voordelen van nu.

Laten we om te beginnen het idee laten varen dat kinderen erop uit zijn om ons het leven zuur te maken. Kinderen zijn helemaal niet slecht, het zijn slechts oermensjes in een moderne, ingewikkelde tijd.

 

We horen graag wat jij denkt!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*