Meteen naar de content
KROOST
Naar de pagina inhoud

Onvoorwaardelijk ouderschap: opvoeden zonder straffen en belonen

Onvoorwaardelijk ouderschap is het nieuwe opvoeden. De term ‘Unconditional Parenting’ is bedacht door Alfie Kohn, schrijver van boeken over opvoeding en onderwijs. Maar wat is onvoorwaardelijk ouderschap nou eigenlijk precies? En kun je echt goed opvoeden zonder straffen en belonen?

Behoefte achter gedrag

Tim is zeven en een ontzettend ondernemend kind. Als hij gefascineerd is door iets is hij heel geconcentreerd, maar zodra zijn focus weg is, hangt hij soms – letterlijk – in de gordijnen. Zijn ouders worden er wel eens wanhopig van. Soms denkt zijn moeder Karin wel eens: waar ben ik aan begonnen? Zeker als ze een hele dag heeft gewerkt en ’s avonds de een na de andere strijd heeft met Tim. Ze hoort zichzelf dan waarschuwen: ‘Blijf af! Zit eens stil! Niet slaan! Ti-him, nu luisteren!’. Zijn vader, Bas, is minder van het waarschuwen: als Tim over grenzen gaat, zet hij hem zonder pardon op de gang, of pakt iets van Tim af. Ondanks al het waarschuwen en boos zijn helpt het weinig: Tim is en blijft wie hij is en zijn ouders weten een ding zeker: straffen en waarschuwen werken niet. Maar wat dan wel?

Wanneer een kind lastig gedrag vertoont, zijn we vaak geneigd te reageren op dat gedrag. Je kind schreeuwt, dus proberen we het schreeuwen te stoppen. Je kind maakt iets kapot, dus geven we een straf of consequentie.

Onvoorwaardelijk ouderschap gaat niet uit van het gedrag, maar van de behoefte achter het gedrag. Gedrag kun je zien als het oppervlakkige laagje aan de buitenkant: dat wat je ziet. Vaak is dat een uiting van een andere emotie of behoefte die daar onder zit. Dat is soms moeilijker te zien, maar wel waar het ‘echte’ werk plaatsvindt, namelijk binnenin je kind. Ga maar na: als je consequent zou reageren op gedrag, zou je je kind steeds straf geven als het iets kapot maakt. Maar misschien ging het per ongeluk? Of misschien was je kind ergens heel boos om? Misschien verveelde je kind zich, of was zij erg moe en daarom baldadig?

Het is om die reden niet logisch om steeds hetzelfde te reageren. Een kind dat moe is, moet misschien rusten. Een kind dat boos is, heeft hulp nodig bij het adequaat leren omgaan met zijn heftige emoties. Daar hebben onze kinderen de hulp van hun ouders heel hard bij nodig. Op de gang leren ze dat niet; wél in direct contact en verbinding met vertrouwde mensen (en vaak zijn wij ouders dat).

Geen ‘Laat-maar-waaien’

Het grote misverstand bestaat dat als je reageert op de behoefte achter gedrag, je alles maar goed lijkt te vinden. Dat klopt niet: de ‘laat-maar-waaien’- opvoedstijl (ook wel: ‘laissez-faire’ genoemd) kenmerkt zich juist door heel weinig betrokkenheid.

Onvoorwaardelijk ouderschap gaat juist uit van grote betrokkenheid bij elkaar. Als kinderen voor ons vervelend gedrag vertonen, of niet doen wat wij willen, dan is het zaak om een oplossing te vinden, waar iedereen het mee eens is. Dat kost vaak iets meer moeite dan alleen zeggen dat iets niet mag, of dreigen met een consequentie.

Het nieuwe perspectief in opvoeden

Alfie Kohn maakt een onderscheid tussen ‘doing to’ en ‘working with’ – vrij vertaald: je kind iets opleggen of juist samenwerken. Veel ouders gaan uit van een vorm van overleg, totdat de ouder vindt dat een kind iets moet doen: dan veranderen de meeste in een ‘doing to’-opvoedstijl. Dit wordt ‘autoritatief’ genoemd. Eigenlijk is het een parapluterm die alle stijlen opvoeding omvat die een beetje tussen autoritair en laissez-faire inzitten.

Elk mens heeft ook de behoefte om gezien, gehoord, geaccepteerd en gerespecteerd te worden.

Alfie Kohn stelt dat dit een valse tegenstelling is: je hóeft niet te kiezen tussen streng en laat-maar-waaien. Er is een derde mogelijkheid, namelijk die van grote betrokkenheid én gebaseerd op samenwerking. Machtsmiddelen worden niet ingezet om kinderen te dwingen iets te doen of te laten.

Onvoorwaardelijk ouderschap is een visie op opvoeden die voortkomt uit de humanistische psychologie. Deze stroming uit de jaren 50 zette zich af tegen het behaviorisme, de wetenschappelijke studie waarbij het gedrag van mensen en dieren beïnvloed, gecontroleerd en bestudeerd wordt. Humanistische psychologie gaat uit van het idee dat elk mens gelijkwaardig is en in staat tot zelfactualisatie. Elk mens heeft ook de behoefte om gezien, gehoord, geaccepteerd en gerespecteerd te worden. Beroemde grondleggers van de humanistische psychologie zijn Abraham H. Maslow – vooral bekend van ‘de piramide van Maslow’ en de psycholoog Carl R. Rogers. Thomas Gordon, grondlegger van de Gordon-methode en schrijver van het boek ‘Luisteren naar kinderen’, was een student en collega van Rogers en had op zijn beurt weer een grote invloed op Alfie Kohn. Kohn refereert in zijn boeken en lezingen vaak aan de gesprekken die hij met Gordon heeft gevoerd.

Kohn zegt ook: zoek als het kan de samenwerking met je kind. Overleg, geef hen een keuze, geef ze inspraak over het proces. Goed, je kleuter kan bijvoorbeeld niet alleen thuis blijven als jullie boodschappen gaan doen, maar hóe jullie naar de winkel gaan en wat jullie gaan kopen, daar kan je kind wel over meepraten. En die betrokkenheid zorgt ervoor dat je kind op basis van samenwerking leert omgaan met anderen, in plaats van in een conflictsituatie die voor alle partijen onprettig aanvoelt.

Het voordeel van onvoorwaardelijk ouderschap is dat je kind minder reden heeft om grenzen op te zoeken, simpelweg omdat je uitgaat van vertrouwen en redelijkheid. Je leeft voor hoe je als mens met elkaar omgaat. Hoewel onvoorwaardelijk ouderschap nog niet uitgebreid wetenschappelijk is onderzocht, lijken de eerste aanwijzingen dat het de relatie tussen opvoeder en kind er beter door wordt, er wel te zijn.

Niet straffen en belonen

Maar hoe zit het dan met niet straffen en belonen? Vaak wordt onvoorwaardelijk ouderschap zo aangeduid, als opvoeding waarin je straf en prijzen of fysiek belonen, bijvoorbeeld met stickers of een cadeautje, achterwege laat. Daar zijn op zich goede redenen voor. Zo blijkt uit verschillende onderzoeken dat straffen niet werkt, en kinderen zelfs iets agressiever maken, maar ook prijzen en belonen kent nadelen. Prijzen is eigenlijk net als straffen een manier om het gedrag van het kind te manipuleren.

Daarnaast zorgen straffen en (verbale) beloningen ervoor dat je kind minder vanuit zichzelf gemotiveerd zal zijn. Straf en beloning worden extrinsieke motivatie genoemd; motivatie die van buitenaf komt. En daarvan weten we door onderzoek dat het de intrinsieke motivatie – de motivatie die een kind van binnenuit voelt – vermindert. Geef je bijvoorbeeld een compliment aan je kind voor het delen van zijn speelgoed, dan blijkt uit onderzoek dat je kind daarna juist minder geneigd is om nog te delen. Vergelijk het met rijden op de snelweg: wil je dat mensen niet te hard rijden omdat ze bang zijn voor een boete? Of zou je willen dat de andere weggebruikers sociaal rijgedrag vertonen, omdat ze een ander geen schade of pijn willen doen?

‘Maar wat dan wel?’ vragen veel ouders zich af als zij voor het eerst lezen over onvoorwaardelijk opvoeden. Jarenlang is ons verteld dat dit soort technieken werken en het voelt een beetje alsof er iets uit onze gereedschapskist wordt weggenomen. Het idee achter onvoorwaardelijk ouderschap is dat je kijkt naar je langetermijndoelen: hoe wil je dat je kind zich over vijf jaar tot jou verhoudt? Of over twintig jaar, wat voor mens zie je dan voor je? Wanneer we straffen (of belonen) zijn we eigenlijk alleen bezig met de korte termijn: ‘Ik wil dat je nú doet wat ik zeg!’. Dit kan haaks staan op je wens om een goede relatie met je kind op te bouwen, op basis van vertrouwen, wederzijds respect, openheid, samenwerking.

Inmiddels zijn Karin en Bas iets anders gaan denken over opvoeding. Bij vrienden thuis merkten zij dat het er gemoedelijker aan toe gaat en er een stuk minder strijd is met de kinderen. ‘Jullie hebben gewoon makkelijke kinderen’, zei Karin op een keer tegen haar vriendin. Die moest een beetje lachen: zij hadden in het begin ook heus vaak conflicten met hun kinderen. Bas en Karin werden hier nieuwsgierig door en gingen op zoek naar andere manieren om met Tim om te gaan. Eén van de grootste veranderingen was dat ze nu de behoefte achter Tims drukke gedrag proberen te ontdekken. Ze hebben samen met Tim bedacht dat hij én fysiek iets te doen moet hebben, én thuis iets minder prikkels krijgt. Ook op tijd gaan slapen heeft veel effect op Tims gedrag. Nu Karin en Bas minder waarschuwen is de sfeer in huis verbeterd en er is weer tijd voor wat lol. Goed, het is niet allemaal meteen koek en ei en er zijn genoeg momenten dat het toch niet lekker loopt, maar een andere manier van kijken naar de situatie heeft er wel voor gezorgd dat er wat meer ruimte is gecreëerd. Tim reageert er goed op: hij vindt lachen en gek doen heerlijk. Bas en Karin hebben nu een paar actieve doe-dingen in en rond het huis, waardoor Tim zijn energie beter kwijt kan. De gordijnen laat hij nu wat vaker met rust: hij voetbalt en schommelt veel liever.

Het mooie van onvoorwaardelijk opvoeden is dat de manier waarop je het doet, minder van belang is dan de gedachte erachter. Voelt iedereen zich veilig, gezien en gehoord? Is de sfeer in huis prima, lossen jullie problemen in overleg en met respect op? Mogen de kinderen zichzelf zijn, binnen redelijke grenzen, in openheid in een liefdevolle omgeving? Dan zit je waarschijnlijk op het goede spoor. Wil je toch meer handvatten? Er zijn verschillende methodes en communicatiemiddelen die hierbij kunnen helpen (zie: boekenlijst). Wij geven alvast:

De twaalf principes van onvoorwaardelijk opvoeden:

  1. Wees reflectief

Kijk naar jezelf, naar jouw gedrag als ouder. We zijn niet feilloos, we maken soms fouten. Dat hoort er nu eenmaal bij. Terugkijken naar hoe je iets hebt aangepakt en daarbij bedenken wat je zou kunnen veranderen een volgende keer, daar groei je van.

  1. Denk na over je verzoeken

Soms vragen we dingen van kinderen, uit gewoonte, of omdat het ons goed uitkomt. Het is goed om daar bewust mee om te gaan: is wat wij vragen wel redelijk? Zou je ook ‘ja’ kunnen zeggen in die situatie? Wat is jouw behoefte om dit verzoek te doen?

  1. Focus op je lange termijndoelen

We schreven al eerder: wat je nu op dit moment verlangt, kan wel eens botsen met wat je op termijn voor je kind en de relatie zou willen. Wil je dat je kind zelfstandig wordt? Laat hem of haar dan ook de ruimte om te oefenen en fouten te maken. Wil je dat je kind respectvol met anderen om leert gaan? Leef dan respect voor. Enzovoorts.

  1. Zet de relatie met je kind voorop

Niets is belangrijker dan de band die je hebt met je kind. In de relatie gebeurt het echte werk. Wanneer je de relatie belangrijker vindt dan datgene wat je boos of geïrriteerd maakt, dan krijg je vanzelf een ander perspectief en kom je tot nieuwe inzichten en oplossingen.

  1. Verander niet alleen je gedrag, maar ook je kijk op opvoeding

Onvoorwaardelijk ouderschap is géén methode, maar een filosofie. Alleen je handelen veranderen heeft geen zin, als je niet ook op een andere manier over opvoeding en omgaan met je kind denkt.

  1. Wees respectvol

Je kind is een mens. Hij of zij is misschien nog klein, weet nog niet veel van het leven, moet nog enorm veel leren, maar in aanleg zijn alle denkbare emoties, verlangens en behoeftes aanwezig. Het helpt misschien om soms te denken: zou ik dit tegen mijn buurvrouw zeggen? Zou ik dit bij mijn partner doen? Juist omdat je kind klein is en jij groter en machtiger bent, is het belangrijk om de grenzen van je kind in acht te nemen. Het is niet zo moeilijk een uk van drie op de gang te zetten, maar welke boodschap geef je daarmee? Leert je kind op die manier zijn eigen grenzen te respecteren en die van anderen?

  1. Wees authentiek

Wees jezelf. Sommige opvoedmethodes verlangen een soort toneelstukje van je. Dat je niet boos mag zijn als je boos bent, of dat je altijd positief moet zijn, ook als je dat niet voelt. Uiteraard is het belangrijk dat je die gevoelens uit op een manier dat je kind zich nog steeds gerespecteerd voelt (zie boven), maar dat wil niet zeggen dat je je anders moet voordoen dan je bent.

  1. Praat minder en vraag meer

Kinderen leren het meest door zelf ergens achter te komen. Wanneer wij iets vertellen komt het lang niet zo aan. Door vragen te stellen leer je je kind zelf na te denken over een situatie. Een reuzehandige eigenschap!

  1. Hou de leeftijd van je kind in gedachte

Niet iedereen weet iets van ontwikkelingspsychologie. Toch is het handig om op z’n minst na te denken of bepaalde verwachtingen wel passen bij de leeftijd van je kind. Je kunt willen dat je peuter een uur lang stil zit tijdens het kerstdiner, maar is dat wel redelijk om te verlangen?

  1. Ga uit van het goede

Kinderen zijn er niet op uit om ons dwars te zitten of expres te klieren. Als je kind dit soort gedrag vertoont, draai het dan eens om: noem ‘uitdagend’ gedrag eens ‘onderzoekend’ of ‘spontaan’. Door soms met een andere bril te kijken, krijgen we ineens een ander perspectief.

  1. Hou niet vast aan je ‘nee’ als het niet hoeft

Het is er flink bij ouders ingepeperd: nee is nee! Daar zou je dan aan vast moeten houden, anders zouden kinderen wel eens een loopje met je kunnen nemen. Daar is echter geen enkele reden voor: je kunt prima flexibel zijn. Je kunt over verzoeken nadenken, en kijken of het redelijk is. En als je eens ‘nee’ hebt gezegd, uit automatisme bijvoorbeeld, dan is er niets mis mee om later tegen je kind te zeggen dat je je vergist hebt. Kinderen nemen dan geen loopje met je, maar ze zullen ervan leren wat redelijkheid is.

  1. Wees flexibel

Kinderen veranderen. Elke dag, elk gezin, elk moment is anders. Veer mee met het leven, met de ontwikkeling van je kind. Als je niet rigide vasthoudt aan zaken die er eigenlijk niets toe doen, wordt het leven vanzelf wat makkelijker en vrolijker.

 

 

 

 

 

 

Dit artikel heeft 3 reacties:

  1. martine
    14 aug 2017, om 23:37

    Permalink

    super artikel en waar .niet makkelijk.zeker als je bv met fiets op een drukke rijbaan rijd.vertrouwen word dan vaak door angst vernietigd

  2. aafke
    23 okt 2017, om 21:43

    Permalink

    Mooi Artikel, al eerder had ik er over gelezen. Ik vraag nu vaak aan mijn kind en mijzelf: wat is er aan de hand? Het werkt om voor veel dingen te achterhalen waar gedrag vandaan komt. Een moe kind heeft duidelijkheid en overzicht nodig om de de dag of bijvoorbeeld de maaltijd aan te kunnen. Een kind wat met zijn speelgoed gaat gooien lukt het even niet om zelf iets te maken of pakken wat hij wil of heeft een poepluier😅 Een mopperende Dreumes aan tafel wil duidelijk maken dat hij ook uit de beker wil drinken of nog zon lekker stukje vlees wil… Ook dat hij na het eten snel op bed moet

    Alleen vindt ik het verhaal wel heel lastig bij bijvoorbeeld angst voor de tandarts of honden.. Dat zijn wat ingewikkeldere puzzels

  3. martin
    24 okt 2017, om 17:39

    Permalink

    supermooi. vooral de voorbeelden maken dat je er mee op weg kan

We horen graag wat jij denkt!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*