Meteen naar de content
KROOST
Naar de pagina inhoud

Opnieuw wortel schieten: verhuizen met kinderen

De zesjarige dochter van Annemiek had het moeilijk na een verhuizing van stad naar dorp. Hoe kunnen we onze kinderen helpen bij dit soort ingrijpende ervaringen?

Om tien uur ’s avonds staat ze ineens beneden in de huiskamer. Dikke tranen biggelen langs haar wangen, haar schoudertjes gezakt door zoveel moeheid en plotseling verdriet in haar lijf. Met twee handen houdt ze de kartonnen hoed vast die haar klasgenoten voor haar maakten op de dag van haar afscheid. Ze huilt zoals ik niet van haar gewend ben. Zonder bombastische, soms theatrale uithalen, maar ingetogen en intens. ‘Ik ben ineens zo verdrietig,’ zegt ze zacht. ‘Ik mis mijn vriendjes zo.’

Als ze even later weer in bed ligt, aai ik haar over haar rug en zing een liedje. We hebben een heerlijke dag op het strand gehad, met blote voeten in de deining en warme choco na afloop. Ik onderdruk de neiging haar hieraan te herinneren, want dit gevoel is nu. En dit gevoel is echt. Dat het vakantie is en dat het koud anderhalve week geleden is dat we uit ons oude huis zijn vertrokken, is niet relevant voor haar kleuterverstand.

‘Wat was er nou mis met het oude huis, mama?’

‘Niets meissie, alleen werd het te klein, met vijf mensen en maar twee slaapkamers.’

‘Emma kan toch gewoon bij jullie op de slaapkamer blijven, en ik in het stapelbed met Roos?’

‘Ik snap het liefje, het is ook allemaal niet niks. Zo zonder je vriendjes en straks een hele nieuwe school.’

Gelukkig is het donker, zodat ze mijn tranen niet ziet. Rationeel wéét ik dat dit nare gevoel over een paar weken grotendeels weggezakt is, maar man oh man, wat is dit lastig.

Ben ik serieus genomen, namen mijn ouders de tijd om naar mij te luisteren?

Het belang van rituelen

Maken we onszelf te druk, voegen kinderen zich veel sneller en makkelijker op een nieuwe school dan wij ouders denken? Volgens opvoedcoach Karla Mooy verschilt het per kind waar hij of zij behoefte aan heeft, maar rituelen kunnen enorm helpen bij een ingrijpende verandering in een kinderleven, zoals een verhuizing. ‘Er is niet één juiste manier, omdat elk kind nu eenmaal anders is. Rituelen hoeven niet per se groots, het gaat vooral om echte aandacht voor wat dit voor je kinderen betekent. Veel ouders roepen: “Oh, ze zijn zó flexibel”, maar veel kinderen raken toch flink van de mik, dat moet je niet onderschatten. Het is soms ook een manier om ons eigen onaangename gevoel te ‘overschreeuwen’, want natuurlijk snappen we wel dat het een grote gebeurtenis is in het leven van onze kinderen. Door het er niet over te hebben, verdwijnt de emotie niet zo maar. Sterker nog, dit zijn de ervaringen die bepalend zijn voor hoe hij later op zijn jeugd terug kijkt; ben ik serieus genomen, namen mijn ouders de tijd om naar mij te luisteren?’

Anders en toch vertrouwd

Voor ons was het van doorslaggevend belang dat er in de nieuwe woonplaats een school was waar we ons allemaal prettig bij voelden. We gingen al kijken op basisscholen toen er van een koopcontract nog geen sprake was. Dat de nieuwe school ‘helemaal’ aan de andere kant van het dorp ligt (alles is relatief), mag voor onze nieuwe buren wellicht stadse gekkigheid lijken, voor ons is het dat allerminst. We kozen destijds vol overtuiging voor een Montessori-school en we zijn blij dat ze in dat vertrouwde schoolsysteem verder kunnen. De kinderen hadden daar zelf ook een stem in: Ze kregen een rondleiding en mochten een dag meedraaien, voordat we de inschrijving definitief maakten. Hadden ze het echt niets gevonden, dan hadden we een andere school zeker overwogen.

Ik hoef dat als ouder niet op te lossen. We hoeven er alleen te zijn voor ons kind.

Wortel schieten

We wonen hier nu drie maanden in het dorp, onze wortels zijn pijlsnel de poldergrond in geschoten. Tot mijn verbazing was het niet onze eenkennige, temperamentvolle oudste die moeite had zich te voegen – ze is van een notoire bankhanger met onstuimige buien (thuis) en zelfbewuste en onzekere (school) meid getransformeerd tot een blij buitenkind dat zich moeiteloos lijkt te bewegen in het sociale verkeer, (Het lieflijke karakter van de kinderen hier heeft daar zeker mee te maken. ‘Hier weet je zeker dat ze aardig terug doen,’ verklaart ze zelf.) Ook onze jongste, een dreumes van nog geen anderhalf, vindt het uiteraard allemaal best zolang haar bedje maar naast de onze staat.

Maar voor ons sociaal vaardige populairste-meisje-van-de-klas, ons middelste grietje die door het leven leek te glijden, voor haar is het zonder twijfel de moeilijkste periode in haar leven. Ze moet haar plekje opnieuw vinden in de klas, mist haar vriendjes uit de stad. En dat is oké. Ik hoef dat als ouder niet op te lossen. We hoeven er alleen te zijn voor ons kind. ‘Daar leert je kind ook van,’ zegt Karla Mooy, ‘Dat er dingen zijn in het leven die niet leuk zijn. Je hoeft niet de ouder te zijn die alles weet. Voor een kind is het juist heel geruststellend om te merken dat ook jij twijfels en gemengde gevoelens hebt, en dat je daar prima mee kunt leven. Als daar meer ontspanning in komt, dan is er ook sneller oog voor dingen die wél leuk zijn.’

Gemengde gevoelens

Ze is geen prater, onze lieve zesjarige. Zoals altijd zoekt ze de troost fysiek. Op schoot, met haar duim in haar mond. Samen in bed met haar benen over me heen geslagen. Praten probeer ik wel, maar ze wil meestal niet. ‘Dan ga ik alleen maar verdrietige dingen denken.’ De dagen met tranen zijn ondertussen in de minderheid. Als ik weer eens veel te vroeg op het schoolplein sta, zie ik haar spelen met haar nieuwe klasgenootjes. Ontspannen, blij. Tien minuten later rent ze hand in hand met een meisje mijn kant op. Natuurlijk mag ze komen spelen, gezellig. Die avond kruipt ze tegen me aan op de bank. ‘Volgens mij begin je het steeds leuker te vinden hier,’ probeer ik voorzichtig. Ze is even stil. ‘Het is allebei, leuk én niet-leuk,’ zegt ze stellig. ‘Kan dat eigenlijk wel tegelijkertijd?’

 

 

 

Dit artikel heeft één reactie:

  1. Claudia
    5 Sep 2016, om 13:44

    Permalink

    Mijn dochtertje van 3 kreeg eerst een broertje in haar schoot geworpen. Vervolgens verhuizen we na 5 maanden naar een tijdelijke huurwoning. Ze vind het een paleisje het nieuwe huis. Zo verteld ze ook vol trots op de dagopvang; van haar broertje, haar grote nieuwe bed en de achtertuin waar ze zo in kan rennen vanuit de huiskamer. Dagenlang zit ik ad telefoon met makelaars, notaris en hypotheekadviseur met baby in de draagzak.
    Na 3 maanden verkassen we naar onze nieuwe koopwoning. Er moet veel verbouwd worden. Dochterlief vind het maar wat gezellig al die werklui, de inrichting van haar nieuwe kamertje, nieuwe opvang nieuwe vriendjes en juffies. Inmiddels heeft ze nog een broertje en zusje erbij en er ontplooit een moedertje in haar. Mijn dochtertje staat open voor nieuwe dingen, staat vooraan en duikt overal vol enthousiasme in 🙂 Daar kan ik zelf nog veel van leren.

We horen graag wat jij denkt!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*