Meteen naar de content
KROOST
Naar de pagina inhoud

‘Mama wil een minder dikke buik’- over afvallen en opvoeden

Januari dieetmaand is achter de rug. Verliezen dochters van lijnende moeders hun positieve zelfbeeld? Annemiek worstelt met die vraag nu ze dan toch echt eindelijk die overgebleven zwangerschapsrolletjes wilde aanpakken.

‘Gesprekken over gewicht tussen moeders en dochters hebben een negatief effect op het zelfbeeld van jonge meisjes’- de eerste zinnen van  een artikel over lijnende moeders stompt in mijn (op dat moment gelukkig prima gevulde) maag. Het is niet gezond, lees ik verder, als meisjes hun moeder vaak horen praten over hoe ze eruit zien. In hun bijzijn klagen over blubberbillen, striae, putjesbenen en hangbuiken (of nog erger: over die van een ander): niet doen. Twee artsen van een kliniek voor eetstoornissen draaien de duimschroeven op mijn geweten nóg een tandje strakker: volgens hen zouden moeders nooit (!) over hun eigen gewicht of dat van hun dochters moeten praten. Nooit.

Ouch.

Het boekje met calorieën per product kende ik op mijn twaalfde uit mijn hoofd. Vijftienhonderd per dag, duizend…achthonderd….

Calorieën tellen

Ik ben te zwaar. Of correctie (nog niet helemaal aan gewend aan mijn nieuwe spiegelbeeld): ik wás te zwaar. Niet in de categorie gevaarlijk obees, maar wel een kilo of twintig in de oranje zone. Mijn lichaam en ik zijn zolang ik me kan herinneren geen beste maatjes, mijn relatie met eten is altijd een grillige is geweest. Altijd de grootste, bijna altijd de zwaarste. Imposante bovenbenen zitten in ons familie-DNA, net als onze voorliefde voor kaas. Tevreden zijn met je lichaam? Trots zijn op je lijf? Het is me – eufemistisch –  niet met de paplepel ingegoten. Ik herinner me nog goed dat ik voor het eerst op dieet ging, ik was een jaar of elf. Vastbesloten liet ik aan mijn moeder het lijstje zien van dingen die ik wel en vooral niet meer zou eten. Een dagelijks pepermuntje als enig verzetje. Ze juichte het niet toe, maar remde me ook niet af. Het boekje met calorieën per product kende ik op mijn twaalfde uit mijn hoofd. Vijftienhonderd per dag, duizend…achthonderd. Het werd een uitdaging. Ik viel af, tuurlijk viel ik af. Om vervolgens gewoon weer aan te komen. Jaar in, jaar uit. Het werd nooit (of oké, bijna nooit. Ik stak één keer mijn vinger in mijn keel en schrok én walgde zo van die actie dat ik dat voortaan wel uit mijn hoofd liet) problematisch, maar mijn lichaam accepteren of liefhebben? Neuh.

Toen ik kort daarna voor de derde keer zwanger werd, zuchtte mijn lichaam een diepe zucht van opluchting en plopte terug in haar vertrouwde vorm

Trots op je lijf

Gek genoeg veranderde dat toen ik moeder werd. Dit lijf, dat een kind kon maken, baren, voeden, voelde meer ‘eigen’ dan ooit. Voor het eerst voelde ik me trots, écht trots, op mijn lichaam. Maar ambivalent bleef het, want naast die trots, bleef de frustratie over die overtollige kilo’s. Schurende bovenbenen in de zomer. Zwetende buikplooien. Zere knieën. Slechte conditie. Die drie dochters van mij, ze hebben mijn kont en mijn bovenbenen en mán wat zijn ze allemachtig prachtig. En dan lees ik over maffe Farah Lourens met haar killer body en krimpt mijn maag weer ineen. Omdat alles in mij zich verzet tegen het idee dat je alleen mooi bent, als je slank bent. Omdat het meisjes en vrouwen bevestigt in hun overtuiging dat er iets mis is met hun lichaam. Omdat het een absurd schoonheidsideaal propagandeert dat verre van gezond, haalbaar of wenselijk is.

Ik vind en voel dat allemaal. En toch viel ik het afgelopen jaar ook twintig kilo af. Ik had me een paar jaar terug laten verleiden tot een quick fix en was met shakes en repen 25 kilo kwijtgeraakt in – ik schaam me als ik het schrijf – amper drie maanden tijd. Toen ik kort daarna voor de derde keer zwanger werd, zuchtte mijn lichaam een diepe zucht van opluchting en plopte terug in haar vertrouwde vorm. Dus toen ik begin vorig jaar besloot dat ik voor mijn veertigste op een gezond BMI wilde zitten, besloot ik ook meteen dat ik het dit keer wel normaal zou doen. Gezond. Geleidelijk. Onder begeleiding van een diëtist met gezond verstand die geen hippe prietpraat verkondigt, maar gewoon weet waar ze het over heeft.

Geen verboden

Mijn oudste dochters van 9 en 7 legde ik uit wat ik van plan was: dat ik mijn lichaam gezond en sterk wilde houden en dat deze mevrouw mij daarbij ging helpen. De maanden die volgden woog ik alles netjes af op mijn keukenweegschaal, maar at wel gewoon min of meer hetzelfde als het gezin. Dus wel pasta, maar veel minder pasta. Drie keer zoveel groenten als zij. Geen chips op de bank (maar wel een stukje pure chocolade). Koolhydraten, eiwitten, vetten: er waren geen verboden dit keer. Ik leerde beter naar mijn lichaam te luisteren, kleinere porties te eten, zorgde dat wát ik at, ook écht lekker was. De meiden raakten er aan gewend dat hun moeder anders at. Bij mij bleef het knagen. Gaf ik ze niet het verkeerde voorbeeld? “Mama wil een minder dikke buik”, hoorde ik mijn middelste meisje tegen een vriendinnetje zeggen. En trok ze nou een vies gezicht bij het woord ‘dik’? Het is en blijft een taai dilemma. Door de nadruk op ‘gezond’ en niet op ‘mooi’ te leggen, hoop ik dat mijn meiden de associatie ‘slank = mooi’ minder sterk hebben dan ik. Misschien moet ik dit weekend maar weer eens uit pedagogische overwegingen een zak chips leegeten.

 

Eet mij, De psychologie van eten, diëten en te veel eten, door Ronald Veldhuizen en Asha ten Broeke

 

 

We horen graag wat jij denkt!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*