Meteen naar de content
KROOST
Naar de pagina inhoud

Fladderzwemmen

Thuis en op school kan de zevenjarige zoon van Anita zijn wie hij is. Maar op zwemles is dat anders; alle kinderen moeten aan dezelfde eisen voldoen. Dat voelt alsof ze van een vmbo-leerling een prestatie op gymnasiumniveau eisen.

Over twee maanden wordt hij acht. Een mager slungeltje in maat 128. Verschrikkelijk groot als hij op zijn fiets met zijn vriendjes door de wijk crosst, verschrikkelijk klein als hij ’s morgens vroeg nog even komt knuffelen voor het opstaan. Hij spreekt nu al beter Engels dan zijn overgrootmoeder op haar tachtigste, met dank aan de Minecraft-vloggers van Youtube. Op school mag hij programmeren, puzzelen, zelf dingen uitvogelen door boeken te lezen. Hij is een ventje dat de dingen ontzettend vlot oppikt. En hij vindt het leuk op school, hij houdt van leren en puzzelen en rekenen en programmeren en dingen uitzoeken. Maximale Cito-scores, werkdiagnose hoogbegaafd. Dat doet hij niet expres, zo is hij nu eenmaal. En dat mag. Op school houdt niemand hem tegen, maar hij wordt ook niet op een voetstuk geplaatst. Hij is gewoon oké zoals hij is, net zo oké als de klasgenoten die iedere dag extra moeten oefenen om bij te kunnen blijven met lezen bijvoorbeeld.

We gaan niet snel, maar we gáán wel

Hij is sportief ook. We lopen samen obstacle runs, de bijna-achtjarige en ik. Lekker door de modder kruipen, in touwen klimmen, van spannende hoge glijbanen het water in. We gaan niet snel, maar wel gáán wel. Het gaat immers niet om de beste tijd, het gaat om het samen buiten zijn, het bewegen, het plezier, het doorzetten als het moeilijk lijkt. Er zijn er die van nature supergoed zijn in dat obstacle runnen. Vinden we prima. Die hebben vast net zoveel plezier als wij, maar ze gaan wat sneller, ze zijn wat eerder klaar. Mijn zoon is motorisch niet zo heel vlot. Het duurde lang voor hij zonder zijwieltjes durfde te fietsen, en hij had wat extra hulp nodig bij zijn fijne motoriek. Gelukkig vinden ze ook dat prima op school. Zo is hij nu eenmaal.

Traag

Zwemmen vindt hij ook zo leuk. Als baby al, toen we iedere week samen gingen ouder-kindzwemmen in het warme zwembad van het revalidatiecentrum. En later, toen hij op zwemles ging. We kozen een zwemschool voor hem uit met kleine klasjes, met veel individuele aandacht. Juist omdat hij motorisch geen superheld is, en ook omdat hij snel afgeleid is. Het is namelijk meestal nogal druk in dat leergierige koppie van hem. En dan wil hij wel eens afdwalen.

Het gaat traag. Dat hadden we ook eigenlijk wel verwacht. Het drijven, het trappelen met zijn voeten, het gebruiken van zijn armen, en ja, ook het bij de les blijven, alles kost tijd en moeite. Ondertussen blijft hij met plezier naar zwemles gaan, en ondertussen zien we steeds vooruitgang. Hij wordt links en rechts ingehaald door jongere kinderen, maar dat hindert hem niet. Na twee en een half jaar zit hij in de laatste fase van de A-lessen. En volgens de wekelijkse voortgangsrapportage is er nog maar één onderdeel dat hij onvoldoende beheerst om te kunnen afzwemmen. De schoolslag.

Hij schaart. Hij moet zijn benen netjes intrekken, spreiden en sluiten, maar zijn beenslag is asymmetrisch. Zijn armslag ook trouwens. Als hij supergeconcentreerd is en de zwemmeester houdt hem bij de les dan lukt het hem soms om een hele baan keurig de schoolslag te zwemmen. Maar uit zichzelf zwemt hij gewoon, nou ja, een beetje fladderig. Zo zwemt mijn echtgenoot ook trouwens. Dat doet niets af aan hoe hij zich redt in het water, het maakt hem alleen wat minder geschikt als Olympisch zwemkampioen of als strandwacht. En dat is niet erg. Zo is hij nu eenmaal.

Afzwemmen

Maar mag mijn zoon op school en thuis lekker zichzelf zijn, op de zwemschool kan dat niet. “Als ik hem in het water gooi, waar dan ook, dan redt hij zich best,” zegt de zwemmeester, “Maar volgens de eisen van de zwemschool mag hij nog niet afzwemmen.” En weet je hoe dat voelt? Dat voelt alsof ze van een vmbo-leerling een prestatie op gymnasiumniveau eisen. Alsof het niet goed genoeg is dat een kind leert lezen, maar dat het pas telt wanneer hij Dostojevski leest.

Er wordt van hem hetzelfde verlangd als van alle andere kinderen, terwijl hij niet is als alle andere kinderen.

Mijn bijna-achtjarige kan zwemmen. Hij oefent al twee en half jaar iedere week en we gaan heel regelmatig zelf ook naar het zwembad. Hij kán zwemmen. Dus waarom mag hij niet gewoon afzwemmen en zijn A-diploma krijgen? Dan hoeft hij geen B en C, dat is voor de gymnasiumzwemmers. Mijn zoon is geen topzwemmer, en dat hoeft hij ook niet te zijn. Maar kunnen we gewoon erkenning krijgen voor het feit dat hij zich met een hoop inspanning een vaardigheid eigen heeft gemaakt? En dat hij dat misschien niet zo keurig netjes doet als de meeste andere kinderen, maar dat hij het wél kan?

Olympisch kampioen

Ja joh, ik weet dat zwemdiploma’s niet verplicht zijn. En zoals gezegd, het plezier dat mijn zoon heeft in zwemmen lijdt niet onder zijn zeer, zeer trage leerproces. Maar het stoort míj. Ik vind het niet eerlijk dat er van hem hetzelfde verlangd wordt als van alle andere kinderen, terwijl hij niet is als alle andere kinderen. En ik kan me zo goed voorstellen dat het uiteindelijk wél gaat knagen. Dat kinderen als mijn zoon het plezier in zwemmen verliezen omdat ze nooit zo netjes zullen leren zwemmen als de meeste andere kinderen. Of dat vmbo-kinderen het plezier in naar school gaan verliezen omdat ze nooit zo vlot zullen leren rekenen als de gymnasiumkinderen.

Ik wil zo graag tegen mijn zoon zeggen: Hey joh, wat cool dat je zoveel plezier hebt in de zwemles. Je kunt het ook, je kunt zwemmen, en dat is tof. Heb je zin om nog meer te leren? Dan doen we dat. Maar wat je nu kunt is absoluut diplomawaardig. Je hoeft geen Olympisch kampioen te worden. Wees maar gewoon lekker een fladderzwemmer. Wees maar gewoon lekker wie je bent.

Dit artikel heeft 2 reacties:

  1. Naomi Steinen
    19 Mei 2017, om 09:05

    Permalink

    Kippenvel! Wat mooi geschreven… Wat lijkt me dat heerlijk voor je zoon, dat jij zo naar hem kijkt, Anita! Bizar en schrijnend ook dat het niet gewoon ‘goed genoeg’ kan zijn voor een A-diploma. Ik hoop dat hij toch op een of andere manier dat papiertje overhandigd kan krijgen, gewoon omdat hij dat dik verdiend heeft!

  2. Yolanda
    19 Mei 2017, om 13:25

    Permalink

    Bij mij roept het de vraag op waarom jij het belangrijk vindt dat hij een papiertje (het diploma) krijgt voor zijn zwemkunsten? Hij kan zwemmen, hij kan zich redden volgens iedereen en hij vindt het leuk. Wat is er nog meer nodig? Een papiertje om dit te bevestigen? Jullie en hij weten toch al wel dat hij kan zwemmen? Dan heeft hij (of jij) toch niet zon extrinsieke motivatie meer nodig om nog verder te lessen?
    Ik gun het jou en je zoon (als die er tenminste ook wel genoeg van heeft) dat het goed is zo!

We horen graag wat jij denkt!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*